Vrijdagmeditatie over het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus
door Alexis M. Lepicier O.S.M.
HOOFDSTUK XIV
Hoe Jezus Christus Zijn koninklijke macht uitoefende over de harten van de apostelen Petrus en Paulus
Jezus Christus, onze Koning en allerliefderijkste Heer, heerst en zegeviert over de harten der mensen, zelfs wanneer deze ontrouw en weerspannig zijn en Hijzelf hulpeloos en ontwapend schijnt. Het zal goed zijn hier de bekering van de H. Petrus na zijn drievoudige verloochening in herinnering te brengen, evenals die van de H. Paulus, toen deze nog trachtte de volgelingen van de Nazarener ter dood te brengen.
Beschouwen wij eerst Petrus in het huis van Caïphas. Jezus, alsof Hij de grootste misdadiger ter wereld ware, was reeds urenlang onderworpen aan een schandelijk verhoor. Men had Hem geslagen en beledigd alsof Hij de verachtelijkste der misdadigers was, en ten slotte was het doodvonnis over Hem uitgesproken. Nu verloochent Petrus, de eerste onder de leerlingen van Jezus, die door Hem met zoveel goedheid en eerbewijzen was overladen, zijn Meester ten overstaan van een menigte, uit vrees voor een eenvoudige dienstmaagd. Niet eenmaal slechts, maar driemaal verloochent hij Hem, en hij bevestigt zijn lafhartige verloochening met vloeken en zweren.
Wat doet Jezus? Hoe oefent Hij Zijn koninklijke macht uit, terwijl Hijzelf in zulk een vernederende toestand verkeert? Nooit waren Zijn zachtmoedige macht en Zijn goedertierenheid duidelijker zichtbaar dan op dit smartelijke ogenblik. Hij behoeft geen wapenen of soldaten om het hart van Zijn ontrouwe leerling terug te winnen en opnieuw te veroveren. Eén blik is voldoende. En de Heer keerde Zich om en zag Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord des Heren, dat Hij tot hem gesproken had: Eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen. En Petrus ging naar buiten en weende bitter.1 Deze liefdevolle blik van Jezus dringt door tot in de diepten van het hart van de apostel, overwint en onderwerpt hem, en hecht hem zo innig aan zijn dierbare Meester, dat hij later waardig wordt bevonden op dezelfde wijze te sterven als Jezus Zelf, namelijk de kruisdood.
Gaan wij van het voorbeeld van de H. Petrus over tot dat van de H. Paulus. Deze toekomstige apostel van Christus scheen aanvankelijk bezeten te zijn van een hevige woede tegen de eerste christenen. Hij trok rond om de Kerk te verwoesten, drong de huizen binnen, mishandelde degenen die in Jezus geloofden en sleepte mannen en vrouwen weg om hen in de gevangenis te werpen.2 Zo nam zijn woede door zijn eigen daden steeds meer toe, totdat hij op zekere dag, nog steeds bedreigingen en moord ademend tegen de leerlingen des Heren, zich tot de hogepriester begaf en hem brieven vroeg voor de synagogen van Damascus, opdat hij alle mannen en vrouwen die hij tot het christelijk geloof behorend zou vinden, geboeid naar Jeruzalem kon voeren.3
Ongetwijfeld zou een aardse koning, met soldaten en wapenen, in staat zijn geweest een dergelijke vijand gevangen te nemen, te overmeesteren, in boeien te slaan en zich van hem te ontdoen door hem in de gevangenis te werpen of aan de galg te hangen. Maar geen vorst, hoe machtig ook, zou erin geslaagd zijn plotseling het hart van deze man zo te veranderen, dat hij een gehoorzame onderdaan, een trouwe dienaar en een toegewijde vriend werd, bereid zijn leven, ja duizend levens indien hij die bezat, neer te leggen voor Hem Die hij tevoren tot de dood toe had gehaat. Wat aardse koningen niet vermogen, dat heeft het Heilig Hart van Onze Heer volbracht.
Paulus naderde reeds de stad Damascus, toen plotseling een helder licht hem omstraalde en hij bevend ter aarde viel. Tegelijkertijd hoorde hij een stem die tot hem sprak: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?4 Hij antwoordde: Wie zijt Gij, Heer? En Onze Heer sprak tot hem: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is hard voor u tegen de prikkel achteruit te slaan. En Paulus, bevend en verbaasd, zeide tot de Heer: Heer, wat wilt Gij dat ik doe?5
Zie welk een wonderbare macht de Koning van onze harten bezit. Een ogenblik tevoren dacht Paulus aan niets anders, verlangde hij niets anders dan de onderdrukking van de leerlingen van Jezus en de vernietiging van Zijn naam. Nu is zijn hart verzacht en geeft hij zich geheel en al over aan de wil van Jezus. Hoe zou zulk een plotselinge en diepgewortelde verandering in zijn ziel hebben kunnen plaatsvinden, indien niet het Hart van Jezus, de grote Koning van alle harten, hem met Zijn machtige genade had aangeraakt en van een roofzuchtige wolf een lam van Zijn kudde had gemaakt, de uitverkoren apostel van Zijn naam?
Zie hoe schitterend de overwinningen zijn die het Hart van Jezus heeft behaald over deze beide apostelen, die Hij bestemd had tot de voornaamste zuilen van Zijn Kerk. Het behoeft dan ook geen verwondering te wekken dat zij niets liever deden dan de koninklijke waardigheid van dit allerzoetste en allerliefderijkste Hart aan de gehele wereld te verkondigen.
Zo predikte de H. Petrus in een van zijn eerste redevoeringen te Jeruzalem, na de dag van Pinksteren, tot het Joodse Sanhedrin, dat hem verboden had de naam van Jezus nog uit te spreken. Hij antwoordde: Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. Hem heeft God door Zijn rechterhand verheven tot Vorst en Zaligmaker, om aan Israël bekering en vergeving der zonden te schenken.6 Alsof hij wilde zeggen dat Jezus Christus waarlijk Koning en Vorst is, maar een Koning en Vorst der liefde, Die heerst over de harten der mensen die door boetvaardigheid en de vergeving hunner zonden gezuiverd zijn, als vrucht van Zijn kruisdood.
Ook de apostel Paulus hield niet op het vreedzame en gelukzalige koningschap van Jezus Christus te verheerlijken. Hij gedacht immers de ontzaglijke weldaden die hij van Christus Zelf had ontvangen, Die hem door de onweerstaanbare kracht van Zijn liefde aan Zijn zoete dienst had onderworpen. Dank brengend aan God de Vader, Die ons waardig heeft gemaakt deel te hebben aan het erfdeel der heiligen in het licht, Die ons verlost heeft uit de macht der duisternis en ons heeft overgebracht naar het koninkrijk van de Zoon Zijner liefde.7
Maar de luisterrijke overwinningen van het Hart van Jezus beperken zich niet tot deze beide apostelen. De jaarboeken der Kerk zijn vol van zulke heerlijke gebeurtenissen. Er is geen tijdperk, geen volk en geen stand van mensen waarin wij niet een dergelijke wonderbare bekering kunnen aanwijzen, te danken aan de macht van deze dierbare Koning van onze harten, vanaf de eerste eeuwen der Kerk tot op onze dagen.
Om slechts enkelen te noemen: wie heeft niet met verwondering vernomen op welke wijze deze heerlijke Vorst bezit heeft genomen van harten die aanvankelijk even weerspannig waren als die van de H. Augustinus, de H. Peregrinus Laziosi en de H. Ignatius van Loyola? Het zou echter te ver voeren de gehele reeks van overwinningen op te noemen die dit goddelijk Hart heeft behaald, even geduldig als het machtig is en zegevierend. In ieders herinnering leven de namen van al die roemrijke personen die, in tijden dichter bij de onze, als evenzovele schitterende zegetekenen van de genade van dit allerliefderijkste Hart beschouwd kunnen worden.
O Jezus, Koning en Middelpunt van alle harten, neem ook bezit van mijn arm hart. Leid het waarheen Gij wilt; maak het tot Uw dienaar en laat het slechts voor U kloppen, zonder enige genegenheid die niet overeenstemt met Uw wil en met Uw allerheiligste verlangens.
1 Luc. 22, 61–62; Matth. 26, 75; Marc. 14, 72.
2 Hand. 8, 3.
3 Hand. 9, 1–2.
4 Hand. 9, 4.
5 Hand. 9, 5–6.
6 Hand. 5, 29 en 31.
7 Kol. 1, 12–13.
Deze meditatie is ontleend aan Jesus Christ the King of Our Hearts, hoofdstuk XIV, blz. 110–116, de Engelse uitgave van Lepiciers werk over het koningschap van Onze Heer Jezus Christus over de harten, de Kerk en de wereld.
De auteur, Alexis M. Lepicier O.S.M. (1863–1936), was priester van de Orde der Servieten en een vooraanstaand theoloog en marioloog. Zijn geestelijke geschriften ademen een klassieke katholieke geest en verbinden Schrift, dogma en devotie op sobere en verheven wijze.
Katholieke Klassieken