Maand gewijd aan de H. Jozef
1 maart

Inhoudsopgave

Eerste meditatie

En Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie geboren is Jezus, die Christus wordt genoemd. (Matteüs 1, 16)

Afstammeling van de koningen van Juda, echtgenoot van de Moeder van God, voedstervader van Jezus, vertegenwoordiger van de eeuwige Vader: Jozef bekleedt, naast Maria, de hoogste rang waartoe een louter schepsel kan worden verheven; en toch wordt zulk een man ongemerkt voorbijgegaan. Geen eigenschap wordt genoemd, geen woord wordt opgetekend dat hem een plaats zou geven in de annalen van de wereld. Hij wordt slechts genoemd in samenhang met Jezus en Maria, en dan nog slechts voor zover hun heilige zending dit vereist.

Hoe ijdel is alle aardse roem. Veel wordt gezegd over hen die slechts vergetelheid verdienen, en ware verdienste blijft ongekend.

Laat de wereld ons verachten; laat haar minachting ons onberoerd laten, en laat ons, ver van verrast te zijn wanneer men ons over het hoofd ziet, ons er veeleer over verheugen. De wereld heeft zó velen vergeten. Wij zullen vergetelheid met vergetelheid vergelden.

Sla geen acht op noch de achting noch de verachting van de wereld.

De plaats van Sint Jozef in de hemel

Een kunstenaar werd door paus Pius IX belast een schilderij te maken van de afkondiging van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis. Toen de schets ter goedkeuring werd voorgelegd, riep de Opperste Pontifex uit: En Sint Jozef, waar is hij? De kunstenaar wees op een groep die verloren ging in de wolken en antwoordde: Dat is de plaats die ik voor hem heb bestemd. Neen, antwoordde de Heilige Vader, terwijl hij wees naar een plaats aan de zijde van onze Zaligmaker: daar, en alleen daar, moet hij worden geplaatst; want zeker, dat is zijn plaats in de hemel.

Bron: Saint Joseph, according to the Gospel, Little Month of Saint Joseph (Burns & Oates, 1886).