Inhoudsopgave Little month of Saint Joseph
En Hij kwam en woonde in een stad, Nazareth genaamd, opdat vervuld zou worden hetgeen door de profeten gezegd was: dat Hij een Nazarener zou genoemd worden. (Matth. 2, 23)
Zelfs hier op aarde mogen wij op geluk hopen. Maar het moet worden gekocht door lange en pijnlijke beproevingen en getemperd door de verwachting van andere, niet minder bittere en niet minder zekere. Toch, wat er ook gebeurt, indien u, zoals de heilige Jozef, Jezus en Maria bij u hebt, zult u gelukkig zijn. Stel u de heilige Jozef voor te Nazareth. Zijn leven is kalm, eenvoudig en gelijkmatig, arbeidzaam, werkelijk hard en ruw, en nooit vrij van zorg, want het brood van morgen hangt af van de arbeid van vandaag. Toch is voor de dag het kwade genoeg, en arbeid wordt zoet wanneer hij voor Jezus geschiedt en met Jezus wordt verricht. Wie zal de bekoorlijkheid verhalen van dat huis te Nazareth? Luister naar de vragen die het goddelijk Kind richt tot Zijn Moeder en tot Zijn aangenomen vader. Merk de wijze en bescheiden antwoorden van Maria en van de heilige Jozef op en hun zoete voldoening bij het zien van de eerbiedige instemming waarmee hun woorden door het heilig Kind worden ontvangen. In deze gesprekken wordt weinig gezegd, maar veel gehoord, zij luisteren aandachtig naar die innerlijke stem die in het uitwendig woord weerklinkt.
Laat ons reeds hier beneden die kalmte, vrede en rust zoeken die een voorsmaak van de hemel zijn en van de aarde een paradijs maken. In gedachten en hart laat ons leven met Jezus, Maria en Jozef, en daar, zelfs te midden van beproevingen, arbeid en zorg, zullen wij die vrede genieten die de wereld niet geven kan, die de wereld niet kent, die vrede welke geen storm kan verstoren en die voortvloeit uit de tegenwoordigheid van Jezus, van Maria en van Jozef.
Een goede biecht, verkregen door de voorspraak van de heilige Jozef
Een jonge vrouw, die ongelukkig haar gelofte van zuiverheid had geschonden, had niet de moed dit te belijden en door de ontheiliging van de sacramenten werd haar leven een voortdurende kwelling en wroeging. Zij besloot eindelijk haar toevlucht te nemen tot de heilige Jozef en bad gedurende negen dagen vroom tot de heilige. De noveen eindigde, haar valse schaamte verdween en, zoals zij later schreef, werd haar biecht een ware vreugde.
Overtuigd door deze ervaring van de macht en goedheid van de heilige Jozef nam zij zich voor zijn medaille dag en nacht te dragen en van dat ogenblik af ontving zij de genade om iedere bekoring te weerstaan en ontving zij zoveel gunsten dat zij niet wist hoe haar dankbaarheid uit te drukken.