Evangelie van de vrijdag in de Paasweek (Mattheüs 28, 16–20)
In die tijd gingen de elf leerlingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had aangewezen. Toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem, sommigen echter twijfelden. En Jezus trad nader en sprak tot hen: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dan, onderwijst alle volkeren en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en leert hen onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. En ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan het einde der wereld.
Zie Ik ben met u alle dagen
Wanneer de Heer zijn Apostelen uitzendt, zegt Hij: Zie Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld. In deze woorden ligt de leer van de blijvende tegenwoordigheid van Christus in Zijn Kerk. Naar Zijn mensheid is Hij opgevaren ten hemel en gezeten aan de rechterhand van de Vader, maar Hij heeft zijn Kerk niet verlaten. Hij blijft met haar, bestuurt en beschermt haar, en zal bij haar blijven tot het einde der tijden.
Zo leert de catechismus:
Waar is Christus naar zijn mensheid
Christus is naar zijn mensheid in de hemel gezeten aan de rechterhand van God de Vader.
Heeft Christus ons dan verlaten
Christus heeft ons niet verlaten. Hij blijft bij ons volgens zijn godheid, volgens zijn genade en volgens zijn macht.
Hoe weten wij dat Christus bij ons blijft
Christus heeft zelf gezegd Zie Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.
Hoe blijft Christus bij zijn Kerk
Christus blijft bij zijn Kerk door zijn onzichtbare tegenwoordigheid, door zijn genade, door zijn bestuur en bescherming, en bijzonder door zijn werkelijke tegenwoordigheid in het Allerheiligst Sacrament.
Wat volgt daaruit
Daaruit volgt dat de Kerk nooit zonder Christus is, dat Hij haar voortdurend leidt, en dat Hij tot het einde der tijden bij haar blijft.