Vrijdagmeditatie over het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus
door Alexis M. Lepicier O.S.M.
HOOFDSTUK XI
Het rijk van Jezus Christus is niet van deze wereld
Jezus Christus is waarlijk Koning en Opperheer van het menselijk geslacht. Als zodanig werd Hij door de profeten aangekondigd; als zodanig maakte Zijn Vader Hem bekend aan de wijzen uit het Oosten; als zodanig werd Hij door de menigten gehuldigd; als zodanig verklaarde Hij Zichzelf openlijk, en juist daarom werd Hij het voorwerp van beschuldigingen en vervolgingen, die Hem tenslotte voerden tot de smadelijke dood van het kruis.
Ook de Romeinse landvoogd verkondigde Hem, zij het onwetend, als Koning der Joden. Want het opschrift dat boven het kruis werd geplaatst, bleef voor de gehele wereld een blijvend getuigenis van deze waarheid: Jezus Christus is gestorven als martelaar van Zijn eigen koninklijke waardigheid. De beschuldiging waarmee men Hem wilde treffen, werd zo tot een openbare belijdenis. Zijn vijanden meenden Hem te vernederen, maar juist in de vernedering van het kruis werd Zijn koningschap voor de ogen der wereld geschreven.
Hierin werden de Schriften op wonderbare wijze vervuld. Zij hadden de komst van de Messias aangekondigd als die van de Vredevorst en Vader der toekomstige eeuw. Maar dit koningschap moest niet naar de maatstaf van aardse macht verstaan worden. Het is niet gebouwd op geweld, niet beschermd door wapenen en niet gevestigd door menselijke heerschappij. Het rijk van Christus is van hogere orde, omdat het zijn zetel heeft in de waarheid, in de genade en in de harten van hen die Hem erkennen.
Daarom is het koningschap van Jezus niet minder werkelijk omdat het niet van deze wereld is. Integendeel, juist daardoor is het hoger, duurzamer en volkomener. Aardse koninkrijken ontstaan en vergaan; zij steunen op wisselende krachten, op volkeren, wetten en machten die voorbijgaan. Maar het rijk van Christus dringt door tot het geweten, verlicht het verstand, buigt de wil en heiligt de genegenheden. Hij regeert niet slechts over uiterlijke daden, maar over de verborgen bewegingen van het hart.
De ziel die Jezus Christus als Koning erkent, mag daarom niet tevreden zijn met een uitwendige belijdenis. Zij moet Hem laten heersen in haar gedachten, haar oordeel, haar verlangens en haar werken. Wanneer de mens zijn hart voor Hem sluit, blijft de titel van Christus Koning voor hem een woord zonder vrucht. Maar wanneer hij zijn wil onderwerpt aan de wil van de Zaligmaker, wordt het rijk van Christus werkelijk in hem gevestigd.
Dit is de roeping van de christelijke ziel tegenover het Heilig Hart van Jezus. Want dit Hart is niet slechts beminnelijk door Zijn tederheid, maar ook koninklijk door Zijn rechtmatige heerschappij. Het vraagt niet slechts onze aandoening, maar onze gehoorzaamheid; niet slechts onze troost, maar onze bekering. Wie Jezus bemint, moet Hem ook dienen. En wie Hem dient, treedt binnen in dat rijk dat niet van deze wereld is, maar dat reeds in deze wereld begint door de genade en voltooid wordt in de eeuwige heerlijkheid.
1 Is. 9, 6.
2 Joh. 18, 36.
Deze meditatie is ontleend aan Jesus Christ the King of Our Hearts, de Engelse uitgave van Lepiciers werk over het koningschap van Onze Heer Jezus Christus over de harten, de Kerk en de wereld.
De auteur, Alexis M. Lepicier O.S.M. (1863–1936), was priester van de Orde der Servieten en een vooraanstaand theoloog en marioloog. Zijn geestelijke geschriften ademen een klassieke katholieke geest en verbinden Schrift, dogma en devotie op sobere en verheven wijze.
Katholieke Klassieken