Hoogfeest van het Allerheiligst Sacrament

Vandaag viert de Kerk het Lichaam en Bloed van Christus in de Heilige Eucharistie, Sacramentsdag of Corpus Christi. Op Witte Donderdag wordt reeds de instelling van het heilig Sacrament des Altaars herdacht, maar de stemming van de Goede Week laat geen eigenlijke feestviering toe. Daarom heeft de Kerk aan dit geheim een afzonderlijke plechtigheid gewijd.

De heilige Thomas van Aquino stelde, op last van paus Urbanus IV, het officie en de Mis voor Sacramentsdag samen. Deze liturgische teksten zijn van een zalige schoonheid. Daartoe behoort ook de prachtige sequentie Lauda Sion, waarin de gehele katholieke leer over de Heilige Eucharistie wordt samengevat.

Het was geen eenvoudige zaak om een onderwerp dat de meest nauwkeurige en heldere theologische taal vereist, een passende dichterlijke vorm te geven. Maar het genie van de heilige Thomas was tegen deze taak opgewassen. Men vindt in deze lofzang tegelijk de verhevenheid van de poëzie en de strengheid van de dogmatische leer. Geen enkel wezenlijk punt van het geloof betreffende dit goddelijk Sacrament ontbreekt.

Lauda Sion

Lauda, Sion, Salvatorem,
Lauda ducem et pastorem
In hymnis et canticis.

Quantum potes, tantum aude:
Quia major omni laude,
Nec laudare sufficis.

Laudis thema specialis,
Panis vivus et vitalis
Hodie proponitur.

Quem in sacrae mensa coenae,
Turbae fratrum duodenae
Datum non ambigitur.

Sit laus plena, sit sonora,
Sit jucunda, sit decora
Mentis jubilatio.

Dies enim solemnis agitur,
In qua mensae prima recolitur
Hujus institutio.

In hac mensa novi Regis,
Novum Pascha novae Legis
Phase vetus terminat.

Vetustatem novitas,
Umbram fugat veritas,
Noctem lux eliminat.

Quod in coena Christus gessit,
Faciendum hoc expressit
In sui memoriam.

Docti sacris institutis,
Panem, vinum in salutis
Consecramus hostiam.

Dogma datur christianis,
Quod in carnem transit panis,
Et vinum in sanguinem.

Quod non capis, quod non vides,
Animosa firmat fides,
Praeter rerum ordinem.

Sub diversis speciebus,
Signis tantum et non rebus,
Latent res eximiae.

Caro cibus, sanguis potus:
Manet tamen Christus totus
Sub utraque specie.

A sumente non concisus,
Non confractus, non divisus:
Integer accipitur.

Sumit unus, sumunt mille:
Quantum isti, tantum ille:
Nec sumptus consumitur.

Sumunt boni, sumunt mali:
Sorte tamen inaequali,
Vitae vel interitus.

Mors est malis, vita bonis:
Vide paris sumptionis
Quam sit dispar exitus.

Fracto demum sacramento,
Ne vacilles, sed memento,
Tantum esse sub fragmento,
Quantum toto tegitur.

Nulla rei fit scissura:
Signi tantum fit fractura:
Qua nec status nec statura
Signati minuitur.

Ecce panis Angelorum,
Factus cibus viatorum:
Vere panis filiorum,
Non mittendus canibus.

In figuris praesignatur,
Cum Isaac immolatur:
Agnus Paschae deputatur:
Datur manna patribus.

Bone pastor, panis vere,
Jesu, nostri miserere:
Tu nos pasce, nos tuere:
Tu nos bona fac videre
In terra viventium.

Tu, qui cuncta scis et vales,
Qui nos pascis hic mortales:
Tuos ibi commensales,
Cohaeredes et sodales
Fac sanctorum civium.

Amen. Alleluja.

Loof, o Sion, uw Bevrijder,
Loof uw Herder en Leider
In gezang en jubellied.

Durf, zoveel gij kunt, Hem loven,
Alle lof gaat Hij te boven,
Hem volprijzen kunt gij niet.

Deze dag biedt zeer bijzonder
Stof tot loven van het wonder:
’t Levend Brood dat leven geeft.

Brood dat, naar wij zeker weten,
Aan de twaalf, bijeengezeten,
Hij als maal gegeven heeft.

’t Loflied klinke rijk, welluidend,
Waardig, vreugdevol en jubelend,
’t Jubellied van ons gemoed.

Want de dag is nu gekomen,
Dat wij het heilig Maal in vrome
Dankbaarheid herdenken doen.

Aan des nieuwe Konings maaltijd
Gaf het nieuwe Pascha afscheid
Aan het lam van het Oud Verbond.

’t Nieuwe deed het oude wijken,
Waarheid straalt door schaduwrijken,
Duisternis voor ’t licht verzond.

Wat de Heer bij ’t avondmalen
Deed, gebood Hij te herhalen
Tot gedachtenis van Hem.

Onderricht door Christus’ leren
Wijden wij tot heilig eren
Brood en wijn tot offergave.

Christenen als geloofspunt leren
Dat hier brood en wijn verkeren
In Gods eigen Vlees en Bloed.

Wat men zien kan noch doorgronden,
Wordt door vast geloof bevonden,
Boven ’s werelds orde goed.

Onder twee gestalten schuilen
Werkelijkheden zonder peilen,
Die slechts door de tekenen gaan.

Vlees als spijze, Bloed als drank,
Toch blijft Christus geheel en ongeschonden
Onder beide vormen staan.

Ongebroken bij het eten,
Ongedeeld, niet stukgebeten,
Wordt Hij geheel ontvangen.

Eén ontvangt Hem, duizend ontvangen,
Ieder even rijk aan gaven,
Zonder dat Hij wordt verbruikt.

Goeden, bozen nutten beiden,
Maar hun lot zal zich onderscheiden:
Leven of verderf ten deel.

Dood voor bozen, leven voor goeden,
Zie hoe dezelfde hemelse gaven
Leiden tot verschillend lot.

Wordt het Sacrament gebroken,
Twijfel niet, maar houd voor ogen
Dat elk deel het geheel bevat.

Geen vermindering van de inhoud,
Slechts het teken wordt gebroken,
Niet wat erdoor wordt aangeduid.

Zie het Brood der Engelen,
Voedsel voor de pelgrims,
Waarlijk Brood van Gods kinderen.

Niet bestemd voor hen die buiten staan,
Maar voorafgebeeld in oude dagen
Door Isaaks offer en het paaslam.

Ook door het manna in de woestijn,
Dat aan onze vaderen gegeven werd
Als voorafbeelding van dit geheim.

Goede Herder, waar Brood des levens,
Jezus, wees ons genadig.
Voed ons en behoed ons.

Laat ons het ware goed aanschouwen
In het land der levenden,
Waar Gij uw heiligen verzamelt.

Gij die alles weet en vermag,
Die ons hier op aarde voedt,
Maak ons daar uw tafelgenoten.

Mede-erfgenamen en gezellen
Van de burgers van de hemel.
Amen. Alleluja.

Aanbidding van het Allerheiligst Sacrament

Uitleg van Dom Guéranger bij de hymne Lauda Sion

De Kerk heeft in de Lauda Sion niet gekozen voor een louter vrome hymne, maar voor een gezongen geloofsbelijdenis. De gelovigen worden onderwezen in het mysterie dat zij vieren. De opening richt zich tot Sion, dat wil zeggen tot de Kerk. Zij wordt opgeroepen haar Verlosser te prijzen, terwijl meteen wordt erkend dat geen menselijke lof voldoende kan zijn voor Hem die in het Sacrament tegenwoordig is.

Het Sacrament dat op Sacramentsdag wordt vereerd, is hetzelfde dat Christus aan de twaalf Apostelen heeft gegeven. Vervolgens beschrijft de sequentie de overgang van het Oude naar het Nieuwe Verbond. Het oude paaslam heeft plaatsgemaakt voor het ware Lam Gods. De schaduwen verdwijnen wanneer de werkelijkheid verschijnt.

Guéranger wijst vooral op de strofen over de werkelijke tegenwoordigheid. Brood wordt werkelijk het Lichaam van Christus en wijn werkelijk zijn Bloed. Wat de zintuigen niet kunnen waarnemen, wordt door het geloof vastgehouden. Christus is geheel aanwezig onder iedere gedaante en geheel aanwezig in ieder deel van de geconsacreerde Hostie. Wanneer de Hostie wordt gebroken, wordt Christus niet verdeeld. Alleen het sacramentele teken wordt verdeeld.

Daarna klinkt een ernstige waarschuwing. Dezelfde Eucharistie die voor de rechtvaardige leven brengt, wordt voor de onwaardige ontvanger een oorzaak van oordeel. Het verschil ligt niet in het Sacrament, maar in de gesteldheid van degene die ontvangt. De voorafbeeldingen uit het Oude Testament, Isaak, het paaslam en het manna, wijzen alle vooruit naar dit geheim. Ten slotte wordt de leer tot gebed. De Kerk smeekt Christus, de Goede Herder en het ware Brood des levens, haar te voeden, te beschermen en eenmaal toe te laten tot het eeuwige gastmaal van de heiligen.