8 juli — H. Elisabeth van Portugal, koningin, weduwe † 1336
De heilige Elisabeth werd in 1271 geboren. Zij was een dochter van koning Pedro III van Aragon en werd genoemd naar haar tante, de heilige Elisabeth van Hongarije. Reeds op twaalfjarige leeftijd werd zij uitgehuwelijkt aan koning Dionysius van Portugal. Van jongs af aan was zij een heilig kind en later een heilige echtgenote. Zij woonde dagelijks de heilige Mis bij en bad trouw het Goddelijk Officie, maar wist haar godsvrucht zo verstandig te regelen dat zij haar plichten als koningin nooit verwaarloosde. Zij bereidde zich door strenge verstervingen, driemaal vasten per week en vele werken van barmhartigheid voor op de frequente heilige Communie.
Zij werd meermalen geroepen om vrede te stichten tussen haar echtgenoot en haar zoon Alfonsus, die de wapens tegen zijn vader had opgenomen. Haar echtgenoot stelde haar dikwijls op de proef door ongegronde jaloezie en door zijn ontrouw. Een lasterlijke beschuldiging tegen Elisabeth bracht de koning ertoe een jonge page ter dood te willen brengen. Hij gaf een kalkbrander bevel hem in de oven te werpen zodra hij een jongeman met een koninklijke boodschap zou zien verschijnen. Op de vastgestelde dag ging de page echter eerst naar de heilige Mis en bleef daardoor langer weg. Intussen verscheen een tweede page, die eveneens dagelijks de Mis bijwoonde, en werd door de kalkbrander voor de bedoelde jongeman gehouden. Nauwelijks had hij hem aangesproken of de eerste page kwam aan. De kalkbrander zond de tweede page terug naar de koning met de boodschap dat het bevel was uitgevoerd. Op datzelfde ogenblik kwam aan het licht dat de beschuldiging tegen de koningin vals was en dat zij onschuldig was. Haar geduld, haar zachtmoedigheid en de liefde waarmee zij de kinderen uit ’s konings ontrouwe verhouding opvoedde, wonnen het hart van de koning geheel terug. Hij werd opnieuw een toegewijd echtgenoot en een waar christelijk vorst.
Zij stichtte vele liefdadige instellingen en kloosters, waaronder een klooster van de Clarissen. Na de dood van haar echtgenoot verlangde zij in een kloosterorde te treden. Omdat haar volk haar niet wilde missen, nam zij het habijt van de Derde Orde van de heilige Franciscus aan en bracht de rest van haar leven door in nog grotere versterving en liefdewerken. Zij stierf op vijfenzestigjarige leeftijd, terwijl zij vrede tot stand bracht tussen haar kinderen.
