De heilige Apollinaris was volgens de oude overlevering een leerling van de heilige apostel Petrus, die hem tot eerste bisschop van Ravenna aanstelde. Ongeveer twintig jaar bestuurde hij die Kerk en verkondigde hij met apostolische ijver het Evangelie. Herhaaldelijk werd hij om het geloof gevangen genomen, gemarteld en verbannen. Hoewel hij vurig verlangde zijn leven voor Christus te geven, spaarde God hem lange tijd, opdat hij zijn jonge christengemeenschap verder kon dienen.
Uiteindelijk bezweek hij aan de verwondingen die hij tijdens de vervolging onder keizer Vespasianus had opgelopen en ontving hij zo de martelaarskroon. Zijn graf te Classis, de oude haven van Ravenna, werd reeds in de vroegste eeuwen een geliefd bedevaartsoord. De grote verering die de Kerk hem van oudsher heeft bewezen, getuigt van zijn apostolische geest en uitnemende heiligheid. (Butler)
Het beroemde apsismozaïek van de grafkerk van de heilige Apollinaris te Classis, de oude havenstad bij Ravenna, waar hij volgens de oude overlevering door de heilige apostel Petrus tot eerste bisschop werd aangesteld, is een machtige belijdenis van het katholieke geloof. Het verkondigt de Gedaanteverandering van de Heer, de overwinning van zijn Kruis en de heerlijkheid van Christus. Bekijk hier het mozaïek met een uitvoerige beschrijving.

Ravenna en de haven van Classis
De heilige Apollinaris verkondigde het Evangelie in Ravenna en in de nabijgelegen havenstad Classis. Deze belangrijke oorlogshaven van de Romeinse vloot werd bezocht door soldaten, zeelieden, kooplieden en reizigers uit vele delen van het rijk. Te midden van deze drukke en wereldse omgeving legde Apollinaris de grondslag voor de Kerk van Ravenna, die later tot de aanzienlijkste kerken van Italië zou behoren. Classis ligt tegenwoordig niet meer aan zee. De haven verzandde in de loop der eeuwen en het voormalige kustgebied kwam landinwaarts te liggen.
Een langdurig martelaarschap
Het martelaarschap van Apollinaris had een bijzonder karakter. Hij werd niet door één enkele terechtstelling gedood, maar onderging gedurende vele jaren gevangenschap, geseling, verbanning en andere folteringen. Telkens werd hij weer opgericht en keerde hij terug naar zijn kudde om zijn arbeid voort te zetten. De heilige Petrus Chrysologus, een van zijn beroemdste opvolgers op de bisschopszetel van Ravenna, noemt hem daarom uitdrukkelijk martelaar. Uiteindelijk bezweek hij aan de verwondingen die hij tijdens de vervolging had opgelopen en ontving hij zo de martelkroon.
Een graf waarvoor men ontzag had
Apollinaris werd te Classis begraven. Zijn graf werd reeds vroeg een geliefd bedevaartsoord. De christelijke dichter Venantius Fortunatus getuigt van de grote verering die Apollinaris reeds in de zesde eeuw genoot. Aan het slot van zijn gedicht over de heilige Martinus spoort hij zijn lezers aan ook het graf van de heilige Apollinaris te bezoeken. De eerbied voor deze plaats was zo groot dat paus Gregorius de Grote bepaalde dat in moeilijke rechtszaken eden bij het graf van de heilige konden worden afgelegd. Men beschouwde het als een plaats waar niemand lichtvaardig een onware eed zou durven uitspreken. In het jaar 549 werden de relieken van Apollinaris binnen dezelfde kerk in een veiliger en meer verborgen graf geplaatst.
De basiliek van Sant’Apollinare in Classe
Bij het graf van de heilige verrees de beroemde basiliek van Sant’Apollinare in Classe, een van de indrukwekkendste overblijfselen van de vroegchristelijke Kerk. Zij werd in 549 ingewijd en bezit een van de beroemdste mozaïeken van de christelijke oudheid. Apollinaris staat er afgebeeld in bisschoppelijke gewaden, met opgeheven handen in gebed, omringd door twaalf schapen als beeld van de kudde die hem was toevertrouwd. Hoog boven hem schittert een met edelstenen versierd kruis tegen een sterrenhemel, terwijl Mozes en Elias getuigen van de Gedaanteverandering van de Heer. Het gehele mozaïek verkondigt de heerlijkheid van Christus en toont Apollinaris als de trouwe herder die zijn volk naar de goede Herder heeft geleid.
Twee beroemde basilieken
Twee van de beroemdste kerken van Ravenna dragen de naam van de heilige Apollinaris. In de middeleeuwen werden zijn relieken vanuit Classis naar de stad overgebracht om ze beter tegen plundering te beschermen. Zij werden geplaatst in de kerk die sindsdien Sant’Apollinare Nuovo heet. Later keerde een deel van de relieken terug naar de oorspronkelijke grafkerk in Classis. Zo zijn beide basilieken tot op heden nauw met zijn verering verbonden.
Zijn blijvende verering
De verering van de heilige Apollinaris verspreidde zich reeds vroeg buiten Ravenna. Paus Honorius I liet in de zevende eeuw te Rome een kerk onder zijn naam bouwen. In de middeleeuwen werden ook elders in Europa kerken en altaren aan hem toegewijd. Hij bleef echter bovenal de grote patroon van Ravenna: de leerling van de heilige Petrus, de eerste bisschop van de stad en de apostolische vader die zijn kudde door woord, voorbeeld en langdurig lijden voor Christus heeft bevestigd.

De Gedaanteverandering van de Heer
Het mozaïek stelt de Gedaanteverandering van de Heer voor. Dat blijkt uit de vaste onderdelen van het Evangelieverhaal. Mozes en Elias staan links en rechts van de grote blauwe hemelkring. Zij zijn de twee personen die bij de Gedaanteverandering naast Christus verschijnen. De drie schapen onder het kruis stellen Petrus, Jacobus en Johannes voor, de drie apostelen die Christus meenam naar de berg. In de vroegchristelijke kunst werden apostelen dikwijls door schapen voorgesteld.
De veelkleurige wolken bovenaan, rond de verheerlijkte Christus, herinneren aan de lichtende wolk die de apostelen overschaduwde.
Uit de bovenrand daalt de hand van God de Vader neer. Zij verwijst naar de stem van de Vader uit de lichtende wolk:
Deze is mijn welbeminde Zoon, in wie Ik mijn welbehagen heb, hoort Hem. Mt. 17, 5
Christus is niet ten voeten uit afgebeeld. In het midden van de voorstelling staat een groot, met edelstenen bezet kruis. Op het kruispunt van de balken bevindt zich een medaillon met zijn gelaat. Aan weerszijden staan de alfa en de omega. Onder het kruis lezen wij Salus mundi, het heil der wereld. Bovenaan staat het Griekse woord ΙΧΘΥΣ, het oude letterwoord voor Jezus Christus, Gods Zoon, Verlosser.
Het teken van de Mensenzoon
Het kruis verwijst naar het lijden en de overwinning van Christus. Het is tevens het teken van de Mensenzoon dat volgens het Evangelie bij zijn wederkomst aan de hemel zal verschijnen. De Gedaanteverandering was voor de drie apostelen een voorafbeelding van deze komst in heerlijkheid.
Rond het kruis staan negenennegentig gouden sterren. Zij verwijzen naar de hemelse machten die Christus bij zijn wederkomst vergezellen. Het aantal herinnert tevens aan de gelijkenis van de goede Herder, die de negenennegentig schapen achterlaat om het ene verdwaalde schaap te zoeken.
In één voorstelling worden de Gedaanteverandering, de overwinning van Christus aan het kruis en zijn wederkomst met elkaar verbonden. De alfa en de omega duiden Hem aan als het begin en het einde, in wie het gehele werk der verlossing wordt voltooid.
De tuin van het paradijs
De berg van de Gedaanteverandering is in het mozaïek vervangen door een groene tuin. Het landschap bestaat uit gras, bomen, struiken, bloemen, rotsen, vogels en schapen. De brede plantenrand en de kromming van de apsis omsluiten deze tuin.
Het landschap stelt het paradijs voor. De benaming paradijs werd vanouds gebruikt voor een omheinde tuin of een koninklijk park. Het mozaïek toont zo de schepping die onder het koningschap van Christus is verenigd. De stenen, planten, dieren en mensen hebben ieder hun plaats binnen dit geheel.
De kleur en glans van de mozaïeksteentjes versterken deze voorstelling. Rond de bomen, rotsen en schapen zijn lichtere of donkerdere steentjes aangebracht. Vooral de groene glazen steentjes nemen het licht op, waardoor het landschap zelf lijkt te stralen.
De heilige Apollinaris
Midden in de tuin staat de heilige Apollinaris, herkenbaar aan het opschrift Sanctus Apolenaris. Hij draagt het bisschoppelijk gewaad en heft zijn handen op in de oude orans-houding. Aan weerszijden staan twaalf witte schapen, die de gelovigen van zijn Kerk voorstellen.
Apollinaris is afgebeeld in de gebedshouding van een bisschop die de heilige liturgie voorgaat. Hij bidt te midden van de kudde die aan zijn zorg is toevertrouwd, terwijl boven hem het kruis van de verheerlijkte Christus verschijnt.
Het apsismozaïek vormt de monumentale afsluiting van het koor en de achtergrond van het hoofdaltaar. Boven het altaar verschijnen Christus, Mozes en Elias, met de drie apostelen. Daaronder staat Apollinaris in gebed te midden van zijn kudde.
De bisschoppen van Ravenna
Onder de grote apsisvoorstelling zijn tussen de vensters vier bisschoppen van Ravenna afgebeeld. Het zijn Ecclesius, Severus, Ursus en Ursicinus. Ecclesius was de stichter van de basiliek van San Vitale. Ursus liet de kathedraal en het baptisterium van Ravenna bouwen. Ursicinus gaf opdracht tot de bouw van Sant’Apollinare in Classe.
Samen met de heilige Apollinaris verbeelden deze bisschoppen de apostolische opvolging van de Kerk van Ravenna. Zij verbinden de eerste bisschop van de stad met de bisschoppen en priesters die na hem op dezelfde plaats de heilige liturgie hebben gevierd.
Een voorstelling voor de heilige liturgie
Het mozaïek verbeeldt meer dan het evangelieverhaal van de Gedaanteverandering. Het toont Christus die door het kruis de dood heeft overwonnen en in heerlijkheid zal wederkomen. Onder Hem staat de heilige Apollinaris als bisschop van zijn Kerk. Rondom hen zijn de gelovigen en de gehele schepping opgenomen in de tuin van het paradijs.
Zo vormt het mozaïek één geheel met het hoofdaltaar en het graf van de heilige Apollinaris. Sinds de inwijding van de basiliek in 549 verenigt het op deze plaats de Gedaanteverandering van de Heer, het heilig Misoffer en de herinnering aan de eerste bisschop van Ravenna.
Iconografische beschrijving naar Aidan Hart,
The Mosaic Apse of Sant’Apollinare in Classe, Ravenna,
Orthodox Arts Journal.