Het Heilig Vormsel

19 september 2026 – Morgen, zondag 20 september, zal Z.H.E. Mgr. Jan Hendriks, bisschop van Haarlem-Amsterdam, naar de St. Agneskerk komen om het H. Vormsel toe te dienen aan een grote groep vormelingen en de plechtige pontificale Mis in de traditionele Romeinse ritus op te dragen. Op deze dag vieren wij tevens het twintigjarig apostolaat van de Priesterbroederschap Sint Petrus in Amsterdam.

De naam Vormsel werd aan dit sacrament gegeven omdat God door de kracht van dit sacrament in ons bevestigt wat Hij door het Doopsel reeds begon te bewerken en ons tot de volmaaktheid en standvastigheid van het christelijk leven leidt. (Catechismus Romanus)

Toen legden zij hun de handen op, en zij ontvingen de Heilige Geest. (Hand. 8, 17)

Op Hem zal rusten de Geest des Heren, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en sterkte, de geest van kennis en godsvrucht, en de geest van de vreze des Heren. (Is. 11, 2)

Terwijl het lichaam met de zichtbare zalf wordt gezalfd, wordt de ziel geheiligd door de heilige en levendmakende Geest. (H. Cyrillus van Jeruzalem)

Zoals Christus na zijn Doopsel en de nederdaling van de Heilige Geest uittrok en de tegenstander overwon, zo moet ook gij, na het heilig Doopsel en het mystieke Chrisma, bekleed met de volle wapenrusting van de Heilige Geest, standhouden tegen de macht van de tegenstander en haar overwinnen, terwijl gij zegt: Alles vermag ik door Christus, die mij sterkt. (H. Cyrillus van Jeruzalem)

De Heilige Geest in de gedaante van een duif

Het H. Vormsel in de Catechismus Romanus

Waarom wordt dit sacrament Vormsel genoemd?

De Kerk noemt dit sacrament Vormsel omdat de gedoopte door de bisschop met het heilig Chrisma wordt gezalfd, terwijl deze plechtige woorden worden uitgesproken: Ik teken u met het teken van het Kruis en vorm u met het Chrisma der zaligheid, in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Wanneer er geen beletsel is dat de vrucht van het sacrament verhindert, wordt de gedoopte daardoor met nieuwe kracht bekleed en tot een volmaakt strijder van Christus gemaakt.

Het Vormsel is een sacrament van de Nieuwe Wet

De katholieke Kerk heeft het Vormsel altijd als een waar sacrament erkend. Paus Melchiades en vele andere zeer heilige en oude pausen verklaren dit uitdrukkelijk. De heilige Clemens zegt hierover: Iedereen moet zich haasten om in Christus herboren te worden en zich door de bisschop te laten tekenen, dat wil zeggen de zevenvoudige gave van de Heilige Geest te ontvangen. Want wie uit minachting en uit vrije wil, en niet door nood gedwongen, dit sacrament achterwege laat, kan geen volmaakt christen zijn. Zo hebben Petrus en de andere apostelen ons geleerd, op bevel van de Heer. De pausen Urbanus, Fabianus en Eusebius hebben hetzelfde geloof door hun leer bevestigd.

Ook het eenstemmige getuigenis van de heilige Vaders bevestigt deze waarheid. De heilige Dionysius schrijft over de bereiding en het gebruik van het heilig Chrisma: De priesters bekleden de gedoopte met een kleed dat past bij zijn reinheid en leiden hem naar de bisschop. Deze tekent hem met de heilige, geheel goddelijke zalf en maakt hem deelachtig aan de allerheiligste Communie. Eusebius van Caesarea schrijft aan dit sacrament zo grote kracht toe, dat hij zegt dat de ketter Novatus de Heilige Geest niet heeft kunnen ontvangen, omdat hij wegens ernstige ziekte wel gedoopt, maar daarna niet met het heilig Chrisma getekend was. Ook de heilige Ambrosius en de heilige Augustinus bevestigen de waarheid van dit sacrament met teksten uit de Heilige Schrift: Bedroef de Heilige Geest van God niet, met wie gij als met een stempel bezegeld zijt. Als balsem die van het hoofd neervloeit op de baard van Aäron. De liefde van God is uitgestort in onze harten door de Heilige Geest, die ons gegeven werd.

Het verschil tussen het Doopsel en het Vormsel

Hoewel het Doopsel nauw verbonden is met het Vormsel, vormen beide niet één sacrament. Het verschil tussen de genade die door ieder sacrament wordt geschonken en tussen het uitwendige teken dat deze bijzondere genade aanduidt, toont aan dat het verschillende sacramenten zijn. Door het Doopsel worden de mensen herboren tot een nieuw leven. Zij die reeds herboren zijn, groeien door het Vormsel op en leggen het kinderlijke af. Tussen het Doopsel, dat een nieuw leven schenkt, en het Vormsel, dat de gelovigen doet groeien en hun volle geestelijke sterkte geeft, bestaat hetzelfde verschil als tussen geboorte en opgroeien in het natuurlijke leven.

Zoals wij de genade van het Doopsel nodig hebben om onze ziel door het geloof te verlichten, zo hebben de gelovigen een andere genade nodig die hun sterkte geeft, opdat geen gevaar of vrees voor straffen, folteringen of dood hen afschrikt van de belijdenis van het ware geloof. Omdat het heilig Chrisma van het Vormsel deze sterkte geeft, is duidelijk dat het Vormsel van het Doopsel verschilt.

Paus Melchiades drukt dit onderscheid als volgt uit: In het Doopsel wordt de mens ingelijfd in het leger, in het Vormsel wordt hij gewapend voor de strijd. Door het water van het Doopsel geeft de Heilige Geest de volheid van de genade om de onschuld te ontvangen, door het Vormsel geeft Hij meer volmaaktheid om de genade te bewaren. In het Doopsel worden wij herboren om te leven, na het Doopsel worden wij gevormd om te strijden. In het Doopsel worden wij gezuiverd, na het Doopsel worden wij gesterkt. De wedergeboorte geeft de zaligheid in vrede aan wie het Doopsel ontvangt, het Vormsel wapent en rust uit voor de strijd. Deze waarheid is door het heilig Concilie van Trente bevestigd.

Door Christus ingesteld

Christus onze Heer is de insteller van het Vormsel. Volgens het getuigenis van de heilige paus Fabianus heeft Hij ook het gebruik van het Chrisma voorgeschreven, evenals de woorden die de katholieke Kerk bij de toediening ervan gebruikt. Alle sacramenten gaan de krachten van de menselijke natuur te boven en kunnen alleen door God worden ingesteld.

Het heilig Chrisma

De stof van het Vormsel wordt Chrisma genoemd. De kerkelijke schrijvers gebruiken deze naam voor de zalf die uit olie en balsem bestaat en plechtig door de bisschop wordt gewijd. Het mengsel van deze twee stoffen wijst op de verscheidenheid van de gaven van de Heilige Geest en toont de verhevenheid van het sacrament. De heilige Kerk en de kerkvergaderingen hebben steeds geleerd dat het heilig Chrisma werkelijk de stof van het Vormsel is.

Olie drukt de volheid van de genade uit die door de Heilige Geest van Christus, ons Hoofd, op de gelovigen neerdaalt en over hen wordt uitgestort. God heeft immers zijn Zoon gezalfd met vreugdeolie boven zijn metgezellen en uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen. De balsem heeft een zeer aangename geur en betekent dat de gelovigen, wanneer zij door het Vormsel tot volmaaktheid zijn gebracht, de geur van alle deugden verspreiden: Wij zijn de goede geur van Christus voor God. Balsem bewaart bovendien wat ermee bestreken wordt voor bederf. Ook dit past bij de werking van het sacrament: de gelovigen die door de hemelse genade van het Vormsel gesterkt zijn, kunnen hun hart gemakkelijker bewaren voor het bederf van de zonde.

Het Chrisma wordt met plechtige ceremoniën door de bisschop gewijd. De stof die de Heer voor het Vormsel heeft gekozen, wordt door heilige gebeden gewijd. Deze wijding komt alleen de bisschop toe, omdat hij de gewone bedienaar van het sacrament is.

De vorm van het Vormsel

Met deze woorden wordt het sacrament voltrokken: Ik teken u met het teken van het Kruis en ik vorm u met het Chrisma der zaligheid, in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Drie zaken worden daarin uitgedrukt: de goddelijke macht die als voornaamste oorzaak in het sacrament werkt, de kracht van geest en wil die door de heilige zalving aan de gelovigen tot hun zaligheid wordt geschonken, en het merkteken dat wordt gegeven aan ieder die deel uitmaakt van het christelijk leger. Het eerste wordt uitgedrukt door in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, het tweede door ik vorm u met het Chrisma der zaligheid en het derde door ik teken u met het teken van het Kruis.

De bisschop als bedienaar

De bisschop bezit de gewone macht om het Vormsel toe te dienen. In de Handelingen van de Apostelen lezen wij dat, nadat de inwoners van Samaria het woord van God hadden aangenomen, Petrus en Johannes tot hen werden gezonden. Zij baden voor hen dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen, want Hij was nog op niemand van hen neergedaald, zij waren alleen gedoopt. Degene die hen had gedoopt, was diaken en bezat niet de macht om hen te vormen. Dit ambt was voorbehouden aan de hogere bedienaars, namelijk de apostelen.

Dat het Vormsel aan de bisschoppen is voorbehouden, wordt met een vergelijking uitgelegd. Bij het bouwen van een huis kunnen de lagere werklieden de materialen voorbereiden en bijeenbrengen, maar het is de bouwmeester die het gebouw voltooit. Zo moet ook het Vormsel, dat het gebouw van ons geestelijk leven voltooit, door de hogepriester worden toegediend.

De vormpeter

Zoals bij het Doopsel wordt ook bij het Vormsel een peter gegeven. Wie met het zwaard ten strijde trekt, heeft iemand nodig die hem leert hoe hij zijn vijand kan overwinnen zonder zelf in gevaar te komen. Des te meer hebben de gelovigen een leider en raadgever nodig wanneer zij, door het Vormsel met machtige wapens toegerust, het strijdperk van de geestelijke strijd betreden waardoor de eeuwige zaligheid wordt verkregen. Tussen de vormeling en de vormpeter ontstaat geestelijke verwantschap.

Voor wie is het Vormsel bestemd?

Het Vormsel is niet zo noodzakelijk dat iemand zonder het te ontvangen niet zalig kan worden. Toch mag het door niemand worden verwaarloosd. Men moet iedere nalatigheid vermijden in een zaak die zoveel heiligheid bezit en zo overvloedig goddelijke gaven schenkt. Wat God voor de zaligheid van allen heeft ingesteld, moet door allen met grote ijver worden gezocht.

De heilige Lucas schrijft over de wonderbare uitstorting van de Heilige Geest: Plotseling kwam uit de hemel een geluid als van een hevige wind en het vervulde heel het huis. En verder: En allen werden vervuld met de Heilige Geest. Omdat dit huis een voorafbeelding was van de heilige Kerk, wordt hieruit afgeleid dat het Vormsel voor alle gelovigen bestemd is.

Ook uit het wezen van het sacrament blijkt dit. Allen die geestelijke groei nodig hebben en tot de volmaaktheid van het christelijk leven moeten worden geleid, moeten met het heilig Chrisma worden gevormd. De natuur verlangt dat wie geboren wordt, opgroeit en tot volle ontwikkeling komt. Zo verlangt ook onze Moeder, de heilige Kerk, dat allen die zij door het Doopsel heeft voortgebracht, de volle wasdom van de christenmens bereiken.

De leeftijd

Het Vormsel kan aan alle christenen na het Doopsel worden toegediend, maar het is beter te wachten totdat kinderen de jaren van verstand hebben bereikt. Ook wanneer men het niet nodig acht tot het twaalfde jaar te wachten, is het zeer wenselijk het Vormsel niet vóór het zevende jaar toe te dienen. Het Vormsel is immers niet ingesteld als noodzakelijk middel tot zaligheid, maar als hulpmiddel dat ons wapent en voorbereidt om voor het geloof van Christus te strijden. Kinderen die het gebruik van de rede nog niet hebben, worden voor een dergelijke strijd nog niet bekwaam geacht.

De voorbereiding

Wie op latere leeftijd het Vormsel ontvangt, moet tot het sacrament naderen met geloof en godsvrucht en met oprecht berouw over de begane zonden, wil hij de genade en de uitwerking ervan ontvangen. Daarom behoren de vormelingen eerst hun zonden te biechten. Zij worden aangespoord tot vasten en andere godvruchtige werken en volgens de lofwaardige gewoonte van de oude Kerk het Vormsel nuchter te ontvangen.

De uitwerking van het Vormsel

Evenals de andere sacramenten schenkt het Vormsel een nieuwe genade wanneer er bij de ontvanger geen beletsel aanwezig is. De sacramenten zijn immers heilige en mystieke tekenen die een genade aanduiden en deze ook schenken. Daaruit volgt dat het Vormsel zonden vergeeft en kwijtscheldt, want genade en zonde kunnen niet samengaan.

Naast deze genade heeft het Vormsel eigen uitwerkingen. In de eerste plaats vervolmaakt het de genade van het Doopsel. Allen die door het Doopsel christen zijn geworden, zijn aanvankelijk nog zwak en krachteloos als pasgeboren kinderen. Door het Vormsel worden zij sterker tegen de aanvallen van het vlees, de wereld en de duivel en wordt hun geest versterkt in het geloof om de naam van onze Heer Jezus Christus te belijden en te verheerlijken.

De naam Vormsel werd aan dit sacrament gegeven omdat God door de kracht van dit sacrament in ons bevestigt wat Hij door het Doopsel reeds begon te bewerken en ons tot de volmaaktheid en standvastigheid van het christelijk leven leidt.

De opvatting dat de naam Vormsel zou betekenen dat iemand die als kind werd gedoopt later zelf het geloof bevestigt dat hij bij het Doopsel heeft ontvangen, wordt uitdrukkelijk verworpen. Daarvoor bestaat geen aannemelijk getuigenis. Het is God die in dit sacrament bevestigt wat Hij in het Doopsel begonnen is.

Het Vormsel bevestigt de genade van het Doopsel niet alleen, maar vermeerdert haar ook. Melchiades zegt: De Heilige Geest daalt over de wateren van het Doopsel neer om ze heilzaam te maken en deelt hun de genade mee om de onschuld te herstellen, maar in het Vormsel vermeerdert Hij die genade. De Heilige Schrift gebruikt daarvoor het beeld dat wij met kracht worden bekleed. Onze Zaligmaker sprak tot zijn apostelen: Blijft in de stad totdat gij met kracht uit den hoge bekleed wordt.

De apostelen na Pinksteren

Vóór en tijdens het lijden van Jezus waren de apostelen zo zwak en bevreesd dat zij vluchtten toen Jezus gevangen werd. Petrus, die was uitgekozen om de rots en grondsteen van de Kerk te zijn, werd bevreesd door het woord van een vrouw en verloochende driemaal dat hij een leerling van Jezus Christus was. Na de verrijzenis bleven zij uit vrees voor de Joden achter gesloten deuren.

Maar op Pinksteren worden zij allen vervuld met de kracht van de Heilige Geest. Onbevreesd en vrijmoedig verkondigen zij het Evangelie dat hun was toevertrouwd, niet alleen in het land van de Joden maar over de gehele wereld. Zij achten geen groter geluk mogelijk dan waardig bevonden te worden om voor de naam van Jezus smaad, gevangenschap, folteringen en kruisen te verdragen.

Het merkteken

Het Vormsel drukt een merkteken in de ziel. Daarom mag het nooit en om geen enkele reden opnieuw worden toegediend. Hetzelfde geldt voor het Doopsel en het Priesterschap.

De zalving op het voorhoofd

De vormelingen worden op het voorhoofd met het heilig Chrisma gezalfd. Door dit sacrament stort de Heilige Geest zich uit in de ziel van de gelovigen en vermeerdert Hij in hen kracht en sterkte, opdat zij in de geestelijke strijd moedig kunnen strijden en aan de boze vijanden weerstand kunnen bieden. De zalving op het voorhoofd betekent dat vrees of schaamte, waarvan de tekenen op het voorhoofd zichtbaar worden, hen nooit mogen weerhouden om vrijmoedig de christelijke naam te belijden. Het teken waardoor de christen als soldaat van Christus wordt onderscheiden, wordt daarom op het waardigste deel van het lichaam gedrukt.

Pinksteren

Het is een vroom gebruik van de Kerk het Vormsel bij voorkeur op Pinksteren toe te dienen, omdat de apostelen juist op die dag door de kracht van de Heilige Geest werden versterkt en gevormd. De herinnering aan deze goddelijke weldaad spoort de gelovigen aan de grote geheimen van de heilige zalving te overwegen.

De kaakslag en de vrede

Na de zalving geeft de bisschop de vormeling een lichte kaakslag, om hem eraan te herinneren dat hij als moedig strijder bereid moet zijn alle moeilijkheden standvastig te verdragen voor de naam van Christus. Ten slotte wordt hem de vrede gegeven, opdat hij begrijpt dat hij de volheid van de hemelse genade heeft ontvangen en de vrede die alle begrip te boven gaat.

Naar de Catechismus Romanus, uitgegeven op last van het Concilie van Trente, 1566. Nederlandse vertaling F. Vermuyten, pr., 1935. Taalgebruik gemoderniseerd met behoud van de inhoud.

Terug naar de inhoud

De ritus van het H. Vormsel

De bisschop draagt over zijn rochet (een wit koorhemd met nauwe mouwen) een amict, stola en witte koorkap en heeft de mijter op. Hij zit op een faldistorium (een liturgische zetel voor de bisschop traditioneel een opklapbare zetel) vóór het midden van het altaar, met het gezicht naar het volk. De vormelingen staan vóór hem opgesteld, de mannen afzonderlijk van de vrouwen. Een van de priesters draagt het heilig Chrisma. De bisschop wast zijn handen en gaat daarna zitten.

De vormelingen knielen. De bisschop keert zich tot hen en zegt met samengevoegde handen:

Spiritus Sanctus superveniat in vos, et virtus Altissimi custodiat vos a peccatis.

De Heilige Geest dale over u neer en de kracht van de Allerhoogste beware u voor de zonden.

Allen antwoorden:

Amen.

De bisschop tekent zich met het kruisteken en zegt:

V. Adjutorium nostrum in nomine Domini.
R. Qui fecit caelum et terram.
V. Domine, exaudi orationem meam.
R. Et clamor meus ad te veniat.
V. Dominus vobiscum.
R. Et cum spiritu tuo.

V. Onze hulp is in de naam des Heren.
R. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
V. Heer, verhoor mijn gebed.
R. En mijn geroep kome tot U.
V. De Heer zij met u.
R. En met uw geest.

De zeven gaven van de Heilige Geest

De bisschop strekt zijn handen uit over de vormelingen en bidt:

Omnipotens sempiterne Deus, qui regenerare dignatus es hos famulos tuos ex aqua et Spiritu Sancto, quique dedisti eis remissionem omnium peccatorum: emitte in eos septiformem Spiritum tuum Sanctum Paraclitum de caelis.

R. Amen.

Spiritum sapientiae et intellectus.
R. Amen.

Spiritum consilii et fortitudinis.
R. Amen.

Spiritum scientiae et pietatis.
R. Amen.

Adimple eos Spiritu timoris tui, et consigna eos signo Crucis Christi, in vitam propitiatus aeternam. Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum: Qui tecum vivit et regnat in unitate ejusdem Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saeculorum.

R. Amen.

Almachtige, eeuwige God, die U gewaardigd hebt deze uw dienaren te doen herboren uit water en de Heilige Geest en hun vergiffenis van al hun zonden hebt geschonken, zend uit de hemel over hen uw zevenvoudige Heilige Geest, de Vertrooster.

R. Amen.

De Geest van wijsheid en verstand.
R. Amen.

De Geest van raad en sterkte.
R. Amen.

De Geest van kennis en godsvrucht.
R. Amen.

Vervul hen met de Geest van uw vreze en teken hen genadig met het teken van het Kruis van Christus ten eeuwigen leven. Door dezelfde Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer, die met U leeft en heerst in de eenheid van dezelfde Heilige Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen.
R. Amen.

De zalving met het heilig Chrisma

De bisschop gaat zitten en zet de mijter op. De vormelingen komen één voor één voor hem en knielen. De vormpeter of vormmeter staat achter de vormeling en legt de rechterhand op diens rechterschouder. De naam van iedere vormeling wordt aan de bisschop genoemd.

De bisschop doopt de top van zijn rechterduim in het heilig Chrisma en maakt daarmee op het voorhoofd van de vormeling het teken van het Kruis. Terwijl hij dit doet, noemt hij de vormeling bij de naam en zegt:

N., signo te signo Crucis, et confirmo te Chrismate salutis. In nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti.

N., ik teken u met het teken van het Kruis en vorm u met het Chrisma der zaligheid. In de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.

De vormeling antwoordt:

Amen.

Pax tecum

Daarna geeft de bisschop de gevormde een lichte slag op de wang en zegt:

Pax tecum.

Vrede zij met u.

Dit wordt bij iedere vormeling afzonderlijk herhaald.

Na de zalving

Nadat allen gevormd zijn, reinigt de bisschop zijn duim en handen. Intussen wordt de volgende antifoon gezongen of gelezen:

Confirma hoc, Deus, quod operatus es in nobis, a templo sancto tuo, quod est in Jerusalem.

Bevestig, o God, wat Gij in ons hebt bewerkt, vanuit uw heilige tempel, die in Jeruzalem is.

V. Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto.
R. Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in saecula saeculorum. Amen.

V. Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
R. Zoals het was in het begin, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Daarna wordt de antifoon herhaald:

Confirma hoc, Deus, quod operatus es in nobis, a templo sancto tuo, quod est in Jerusalem.

De gebeden over de gevormden

De bisschop staat op, legt de mijter af en bidt:

V. Ostende nobis, Domine, misericordiam tuam.
R. Et salutare tuum da nobis.
V. Domine, exaudi orationem meam.
R. Et clamor meus ad te veniat.
V. Dominus vobiscum.
R. Et cum spiritu tuo.

V. Toon ons, Heer, uw barmhartigheid.
R. En schenk ons uw heil.
V. Heer, verhoor mijn gebed.
R. En mijn geroep kome tot U.
V. De Heer zij met u.
R. En met uw geest.

Oremus.

Deus, qui Apostolis tuis Sanctum dedisti Spiritum, et per eos eorumque successores ceteris fidelibus tradendum esse voluisti: respice propitius ad humilitatis nostrae famulatum; et praesta, ut eorum corda, quorum frontes sacro Chrismate delinivimus, et signo sanctae Crucis signavimus, idem Spiritus Sanctus in eis superveniens, templum gloriae suae dignanter inhabitando perficiat. Qui cum Patre et eodem Spiritu Sancto vivis et regnas Deus, in saecula saeculorum.

R. Amen.

Laat ons bidden. O God, die aan uw apostelen de Heilige Geest hebt geschonken en gewild hebt dat Hij door hen en hun opvolgers aan de overige gelovigen zou worden meegedeeld, zie genadig neer op de dienst van onze geringheid en geef dat dezelfde Heilige Geest neerdaalt in de harten van hen wier voorhoofden wij met het heilig Chrisma hebben gezalfd en met het teken van het heilig Kruis hebben getekend. Moge Hij door zijn waardige inwoning hen vervolmaken tot een tempel van zijn heerlijkheid. Gij die met de Vader en dezelfde Heilige Geest leeft en heerst, God, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Daarna zegt de bisschop:

Ecce sic benedicetur omnis homo, qui timet Dominum.

Zie, zo zal iedere mens gezegend worden die de Heer vreest.

De zegen

De bisschop keert zich naar de gevormden en zegent hen met het teken van het Kruis:

Benedicat vos Dominus ex Sion, ut videatis bona Jerusalem omnibus diebus vitae vestrae, et habeatis vitam aeternam.

R. Amen.

De Heer zegene u uit Sion, opdat gij het goede van Jeruzalem moogt aanschouwen al de dagen van uw leven en het eeuwige leven moogt bezitten. Amen.

Na het Vormsel

De bisschop gaat weer zitten en zet de mijter op. Hij vermaant de vormpeters en vormmeters dat zij de gevormden moeten onderrichten in goede zeden en hun moeten leren het kwaad te vermijden en het goede te doen.

Ook worden de gevormden eraan herinnerd dat zij, wanneer zij de leeftijd daartoe hebben, het Onze Vader, het Weesgegroet en de Geloofsbelijdenis moeten kennen, omdat dit behoort tot wat een christen noodzakelijk moet weten.

Naar het Pontificale Romanum, De Sacramento Confirmationis, traditionele Romeinse ritus.

Terug naar de inhoud