Hoogfeest Maria Tenhemelopneming

15 augustus – De Kerk viert op deze dag dat de allerheiligste Maagd Maria aan het einde van haar aardse leven glorievol met ziel en lichaam in de hemelse heerlijkheid werd opgenomen. Haar Tenhemelopneming behoort tot de oudste en voornaamste Mariafeesten. In het Oosten was de viering reeds vroeg verbreid en tegen het einde van de zesde eeuw werd 15 augustus er als feestdag vastgesteld. Ook in Rome werd het feest vroeg gevierd. Paus Sergius I gaf de viering grotere luister en bepaalde dat op deze dag een plechtige processie naar Santa Maria Maggiore zou trekken, waar de paus de statiemis vierde.


Maria Tenhemelopneming

De Maagd Maria is opgenomen in het hemels bruidsvertrek, waar de Koning der Koningen zetelt op een met sterren versierde kroon. Alleluia.

Het heengaan en de Tenhemelopneming van Maria

Op deze dag worden drie dingen in herinnering gebracht: het zalig heengaan van Maria, de Moeder van Jezus, uit deze wereld, haar glorierijke opneming in de hemel en haar kroning in de hemel. Christus, onze Heer, nam Zijn Moeder niet met Zich mee toen Hij ten hemel opsteeg, hoewel Hij daartoe de macht had, maar wilde dat zij nog enige jaren op aarde zou blijven, tot vertroosting en voorbeeld van de christenen. De heilige Moeder bracht deze tijd in grote heiligheid door, in gebed en overweging van de hemelse geheimen en vreugden, in de herinnering aan alles wat haar geliefde Zoon gedurende drieëndertig jaren voor het heil van de mensheid had gedaan en in het onderrichten en bemoedigen van de christenen. Haar verlangen om van de aarde te worden weggenomen en wederom met haar Zoon verenigd te zijn, nam dagelijks toe. God verhoorde haar gebed en zond een engel om haar de dag van haar heengaan aan te kondigen.

Toen die dag gekomen was, waren volgens de overlevering de apostelen bij haar tegenwoordig, met uitzondering van de heilige Thomas. Maria vermaande hen in hun ijver te volharden, verzekerde hun de goddelijke bijstand en haar moederlijke voorspraak in de hemel en nam afscheid van hen. Vervolgens verscheen Christus, vergezeld van ontelbare hemelse geesten, aan Zijn gezegende Moeder en nodigde haar uit de heerlijkheid van de hemel binnen te gaan. Vervuld van onuitsprekelijke vreugde herhaalde Maria de woorden die zij zo dikwijls had uitgesproken: Mij geschiede naar Uw woord. Daarna gaf zij haar ziel in de armen van haar goddelijke Zoon.

De apostelen en de overige christenen bereidden haar heilig lichaam voor op de begrafenis. Volgens de overlevering bleven zij drie dagen bij het graf, God onophoudelijk verheerlijkend. Toen de heilige Thomas daarna aankwam, was hij diep bedroefd dat hij bij het heengaan van de heilige Maagd niet tegenwoordig was geweest. Hij verzocht de apostelen het graf te openen, opdat hij ten minste haar heilig lichaam zou mogen zien en vereren. Zij openden het graf, maar vonden het lichaam niet meer, alleen het linnen waarin het gewikkeld was. Zij begrepen dat de ziel van de Moeder van Jezus, die bij haar heengaan naar de hemel was gegaan, door een bijzonder goddelijk voorrecht wederom met haar lichaam verenigd was en dat zij met ziel en lichaam in het eeuwige Rijk was opgenomen. Dit is hetgeen op het feest van deze dag wordt herdacht. (Weninger)

De lichamelijke Tenhemelopneming van Maria

De heilige liturgie belijdt het katholieke geloof in de Tenhemelopneming van Maria. De titel van het feest is Assumptio en de liturgie herhaalt dit woord voortdurend. Het kan hier niet slechts gaan om de opneming van haar ziel, want die is aan alle uitverkorenen gemeen. Het woord wijst daarom op een bijzonder voorrecht dat alleen aan Maria werd geschonken en dat betrekking heeft op haar maagdelijk lichaam.

De oude Romeinse liturgie spreekt daarbij ook over de dood van de Moeder Gods. Het Gregoriaans Sacramentarium zegt: Sancta Dei Genitrix mortem subiit temporalem, nec tamen mortis nexibus deprimi potuit. De heilige Moeder Gods onderging de tijdelijke dood, maar kon niet door de banden van de dood worden vastgehouden. Haar overwinning op de dood was daarom tweevoudig. Zij gaf haar ziel in oorspronkelijke heiligheid over in de handen van haar Zoon en zij werd, zonder door de banden van de dood te worden vastgehouden, ook lichamelijk in de hemel opgenomen. (Schuster, The Sacramentary)

Prefatie van de Heilige Maagd

Waarlijk passend en rechtvaardig, billijk en heilzaam is het, dat wij U altijd en overal dank zeggen: heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, en dat wij U loven, zegenen en roemen bij de Tenhemelopneming van de gelukzalige Maria, altijd Maagd. Die door de overschaduwing van de Heiligen Geest uw Eniggeboren Zoon heeft ontvangen, en, met behoud van de glorie van haar Maagdelijkheid, het eeuwige Licht over de wereld heeft doen glanzen, Jesus Christus onze Heer. Door wie de Engelen uw majesteit loven, de Heerschappijen haar aanbidden, de Machten haar met eerbiedige vrees verheerlijken, de Hemelen, de Krachten der hemelen en de gelukzalige Serafijnen haar in eenparige jubel vieren. Wij bidden U, aanvaard met hun stemmen ook de onze, terwijl wij in nederige lofprijzing zeggen.

Maria Tenhemelopneming

Maria’s heerlijkheid in de hemel

Hoe groot de vreugde was waarmee Maria door de allerheiligste Drie-eenheid en door de gehele hemelse schare werd ontvangen, kan geen menselijke tong beschrijven. Haar goddelijke Zoon plaatste haar boven alle koren der engelen en boven alle heiligen en kroonde haar tot Koningin van hemel en aarde. Zij ontving daar de beloning van haar verheven waardigheid als Moeder Gods, van haar volmaakte deugden en van al het lijden dat zij gedurende haar leven, en vooral bij het lijden en sterven van haar goddelijke Zoon, had doorstaan.

Zoals Maria alle engelen en heiligen in waardigheid en heiligheid overtreft, zo overtreft zij hen ook in heerlijkheid en gelukzaligheid. Zij staat het dichtst bij de troon van God en bezit na God de hoogste plaats in de hemel. Daar geniet zij de aanschouwing van Hem die zij op aarde boven alles heeft liefgehad en aan wie zij haar gehele leven had gewijd.

Van deze verheven plaats vergeet Maria haar kinderen op aarde niet. Zij kent onze noden en gevaren en is bereid ons te helpen. Haar machtige voorspraak bij haar goddelijke Zoon is voor ons een reden tot vertrouwen. Laten wij daarom onze toevlucht tot haar nemen en haar vragen dat zij ons gedurende ons leven bijstaat, ons in het uur van onze dood beschermt en ons eenmaal helpt de plaats te bereiken waar zij met haar goddelijke Zoon in eeuwige heerlijkheid heerst. (Weninger)

Wees gegroet, o Sterre,
boven zee en duister
stralende van verre,
leid ons met uw luister.

Moeder Gods en tevens
Maagd te allen tijde,
poort des eeuwigen levens,
toevlucht en geleide.

Ave was het zoete
heilge woord waarmede
Gabriël u groette,
woord van grote vrede.

O, kom ons te stade,
neem ons in uw hoede,
keer in uw genade
Eva’s naam ten goede.

Kom de boeien breken
die ons zondaars binden,
wees een stralend teken
in de nacht der blinden.

Drijf van ons het kwade,
neem ons in uw hoede,
Moeder der genade,
dwing ons tot het goede.

Toon u onze Moeder,
hoor naar onze beden,
door bij onze Broeder
voor ons in te treden.

Moeder onvolprezen,
Hij voor ons geboren,
die uw Zoon wil wezen,
moog om u ons horen.

O, wil ons geleiden,
Maagd zo mild en teder,
nimmer van ons scheiden,
zie op ons terneder.

Maak ons door uw wezen,
Moeder menigvuldig,
voorbeeld onvolprezen,
zuiver en geduldig.

Maak ons leven heilig,
wil de weg ons wijzen,
dat wij stil en veilig
naar de hemel reizen.

Leid ons, zoete Vrouwe,
tot w’ aan ’t eind der tijden
Jesus zelf aanschouwen,
eeuwig ons verblijden.

Vader hoogverheven,
Christus onvolprezen,
Geest die leidt ten leven,
lof uw ene wezen.

Amen.