Vigilie van de Geboorte van de H. Johannes de Doper

23 juni — Vigilie van de Geboorte van de H. Johannes de Doper

De Kerk bereidt zich op deze dag voor op het Hoogfeest van de Geboorte van de heilige Johannes de Doper. Zijn geboorte werd door de aartsengel Gabriël aangekondigd aan Zacharias, toen deze in de tempel het wierookoffer opdroeg. In de oudere liturgische traditie was deze vigilie een boete- en vastendag. Dit past bij de zending van Johannes, die bekering predikte en het volk voorbereidde op de komst van Christus. Johannes is de Voorloper van de Heer, de laatste der profeten, en degene die Christus aan Israël heeft aangewezen.

Er kwam een mens van God gezonden,
Johannes was zijn naam.
Hij kwam om van het Licht te getuigen
en de Heer een volmaakt volk te bereiden.

Graduale

Evangelie van de dag — Lucas 1, 5-17

In de dagen van Herodes, koning van Judea, was er een priester, Zacharias geheten, uit de afdeling van Abia. Zijn vrouw was uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabeth. Beiden waren rechtvaardig voor God en wandelden onberispelijk in al de geboden en voorschriften des Heren. Zij hadden geen kind, omdat Elisabeth onvruchtbaar was en beiden reeds op gevorderde leeftijd waren.

Het geschiedde nu, toen hij voor God de priesterdienst verrichtte in de beurt van zijn afdeling, dat hem volgens het gebruik van het priesterambt door het lot te beurt viel het reukoffer op te dragen, terwijl hij binnenging in de tempel des Heren. En heel de menigte van het volk bad buiten op het uur van het reukoffer.

Toen verscheen hem een engel des Heren, staande aan de rechterzijde van het reukofferaltaar. Zacharias zag hem en werd ontsteld, en vrees viel op hem. Maar de engel sprak tot hem: Vrees niet, Zacharias, want uw gebed is verhoord. Uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult zijn naam Johannes noemen. Gij zult vreugde en blijdschap hebben en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Want hij zal groot zijn voor de Heer. Wijn en sterke drank zal hij niet drinken en hij zal vervuld worden met de Heilige Geest reeds van de schoot zijner moeder af. Velen van de kinderen Israëls zal hij bekeren tot de Heer hun God. En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elias, om de harten der vaders tot de kinderen te keren en de ongelovigen tot de wijsheid der rechtvaardigen, om voor de Heer een volmaakt volk te bereiden.

De aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper aan Zacharias
De aartsengel Gabriël kondigt in de tempel aan Zacharias de geboorte van Johannes de Doper aan. Schilderij van Mattia Preti (1613–1699).

Deze bladzijde, die de Kerk ons heden voorleest, is kostbaar in de annalen van het menselijk geslacht. Hier begint immers het Evangelie zelf. Hier hebben wij het eerste woord van de blijde boodschap van het heil. Niet dat de mens tot dan toe geen kennis had ontvangen van de tekenen des hemels, die wezen op de opheffing van ons gevallen geslacht en op de gave van een Verlosser. Lang en vermoeiend was echter deze tijd van verwachting geweest sinds de dag waarop het vonnis, uitgesproken tegen de vervloekte slang, aan Adam en Eva een toekomst aanwees waarin de mens zou worden genezen door de Zoon der vrouw en God door Hem zou worden gewroken.

Eeuw na eeuw ging voorbij. De belofte bleef nog onvervuld, maar nam geleidelijk bepaalde trekken aan. Iedere generatie zag hoe de Heer door de profeten nieuwe kenmerken toevoegde aan het beeld van deze Broeder van ons geslacht. In Zichzelf zou Hij zo groot zijn dat de Allerhoogste Hem mijn Zoon zou noemen. Zo vurig zou Hij zijn in gerechtigheid dat Hij de laatste druppel van zijn Bloed zou vergieten om de gehele schuld der aarde te lossen. Als ons Lam in zijn offerande zou Hij de aarde regeren door zijn zachtmoedigheid. Hoewel Hij zou ontspruiten uit de wortel van Jesse, zou Hij toch de Verlangde der heidenen zijn. Groter dan Salomo zou Hij zijn en genadig luisteren naar de liefde van de arme vrijgekochte zielen. Hij zou hun verlangens vóór zijn en Zichzelf aankondigen als de Bruidegom die neerdaalt van de eeuwige heuvelen. Het Lam, beladen met de misdaden der wereld, de Bruidegom naar wie de Bruid uitzag, zó zou deze Mensenzoon zijn, tevens de Zoon van God, de Christus, de Messias die aan de aarde was beloofd.

Maar wanneer zou Hij komen, deze Verlangde der volkeren? Wie zou Hem aanwijzen aan de aarde, haar Verlosser? Wie zou de Bruid naar de Bruidegom leiden? De mensheid, uit Eden voortgegaan in tranen, had met verlangende blik naar de toekomst uitgezien. Jacob begroette stervend van verre deze geliefde Zoon, wiens kracht die van de leeuw zou zijn en wiens hemelse bekoorlijkheden, nog verhoogd door het bloed van de druif, hem in bezielde beschouwing verrukten op zijn sterfbed. In naam van de heidense wereld gaf Job, gezeten op de mesthoop terwijl zijn vlees uiteenviel, antwoord aan de ondergang door een verheven daad van hoop in zijn Verlosser en zijn God.

Hijgend onder de druk van zijn smart en de koorts van zijn verlangens zag de mensheid eeuw na eeuw voorbijgaan, terwijl de verterende dood zijn verwoestingen niet staakte en het verlangen naar de verwachte God in haar binnenste slechts heviger werd. Zo klonk van geslacht tot geslacht een steeds dringender gebed en een steeds vuriger smeekbede: Och, dat Gij de hemelen zoudt openscheuren en zoudt neerdalen.

Genoeg van beloften, roept de vrome heilige Bernardus uit, samen met alle Vaders, sprekend in naam van de Kerk der verwachting, wanneer hij de eerste versregel van het Hooglied verklaart. Genoeg van voorafbeeldingen en schaduwen. Genoeg van het spreken van anderen. Ik versta Mozes niet meer. De profeten hebben voor mij geen stem meer. De Wet die zij brengen heeft mijn dode niet tot het leven teruggebracht. Wat heb ik te maken met het gestamel van hun ongewijde monden, nu het Woord Zichzelf heeft aangekondigd? De reukwerken van Aäron zijn niet te vergelijken met de olie der blijdschap, door de Vader uitgegoten over Hem op wie ik wacht. Geen afgevaardigden meer, geen dienaren meer voor mij. Na zoveel boodschappen, laat Hem eindelijk komen. Laat Hem Zelf komen.

Ja, neergeworpen in de persoon van de waardigste van haar zonen op de hoogten van de Karmel, zal de Kerk der verwachting zich niet oprichten totdat aan de hemel het nabije teken verschijnt van de regenwolk van het heil. Tevergeefs zal men haar zelfs zevenmaal antwoorden dat er nog niets gezien wordt dat uit zee opstijgt. Zij zal haar gebed en haar tranen blijven voortzetten, haar lippen uitgedroogd door de aanhoudende droogte en vastgekleefd aan het stof. Zij zal blijven wachten op het verschijnen van die vruchtbare wolk, de lichte wolk die haar God onder menselijke trekken draagt.

Dan zal zij haar lange vasten en vermoeide jaren van verwachting vergeten. Zij zal zich oprichten in de kracht en schoonheid van haar eerste jeugd, vervuld van de blijdschap die de engel haar aankondigt, in de vreugde om die nieuwe Elias wiens geboortedag deze vigilie voor morgen belooft. Zij zal hem volgen, de voorbestemde Voorloper, die waarachtiger dan de oude Elias vooruitgaat vóór de wagen van Israëls Koning. (Dom Prosper Guéranger)