H. Maria Magdalena

22 juli – H. Maria Magdalena, boetelinge † ca. 63

Van het vroegere leven van Maria Magdalena weten wij slechts dat zij een zondares was. Volgens de overlevering van de Latijnse Kerk was zij dezelfde als Maria van Bethanië, de zuster van Martha en Lazarus. Uit haar vroegere leven keerde zij zich met berouw, hoop en liefde tot Jezus.

Zij trad het huis binnen waar Jezus aan tafel lag, knielde achter Hem neer en sprak geen woord. Met haar tranen bevochtigde zij Zijn voeten, droogde ze af met haar haren en kuste ze in diepe nederigheid. Daarna goot zij kostbare balsem over Zijn voeten. De Heer sprak haar vrij van haar zonden en zond haar heen in vrede.

Van toen af diende zij Jezus, zat aan Zijn voeten en luisterde naar Zijn woorden. Zij behoorde tot het gezin van Bethanië, dat door Jezus bijzonder werd bemind. Hij wekte haar broer Lazarus op uit de dood. Kort vóór Zijn lijden bracht zij opnieuw kostbare balsem en zalfde daarmee Zijn hoofd. Het gehele huis werd vervuld van de geur van de balsem.

Zij stond met Onze Lieve Vrouw en de heilige Johannes onder het kruis. Na de verrijzenis was zij de eerste aan wie Christus Zich bekendmaakte. Hij noemde haar bij haar naam en zond haar naar de apostelen om hun Zijn verrijzenis te verkondigen.

Volgens de oude overlevering vond het gezin van Bethanië tijdens de vervolging een toevlucht in de Provence. Maria Magdalena bracht daar dertig jaar door in een grot, in gebed en boete. Toen haar einde naderde, werd zij naar de heilige bisschop Maximin gebracht. Nadat zij de heilige Communie had ontvangen, stierf zij in vrede.

Wie is Maria Magdalena?

Maria Magdalena behoort tot de meest geliefde heiligen van het Evangelie. De Latijnse Kerk heeft haar van oudsher vereenzelvigd met de boetvaardige zondares die de voeten van Christus met haar tranen bevochtigde, ze met haar haren afdroogde en met kostbare balsem zalfde. Zij is tevens Maria van Bethanië, de zuster van Martha en Lazarus, die aan de voeten van de Heer zat en luisterde naar Zijn woord.

Fra Angelico, Noli me tangere

Fra Angelico, Noli me tangere, ca. 1440.
Noli me tangere — Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader.
De verrezen Heer zendt de heilige Maria Magdalena tot de apostelen. Daarom noemt de Kerk haar de apostel der apostelen.

Christus bevrijdde haar van zeven duivelen. Vanaf dat ogenblik volgde zij Hem trouw, diende Hem uit haar goederen en bleef Hem nabij toen bijna allen waren gevlucht. Zij stond onder het kruis, zag waar Hij werd begraven en was op de Paasmorgen de eerste die de verrezen Heer ontmoette. Toen zij Hem wilde vasthouden, sprak Hij tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader. Maar ga naar Mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar Mijn Vader en uw Vader, naar Mijn God en uw God. Aan haar vertrouwde Christus zo de blijde boodschap van Zijn verrijzenis toe. Daarom noemen de kerkvaders haar met eerbied de apostel der apostelen.

Na de Hemelvaart verliet zij met Lazarus, Martha, Maximinus en andere leerlingen het Heilige Land. Zij bereikten de kust van Provence, waar Lazarus volgens de overlevering de eerste bisschop van Marseille werd. Maria Magdalena bracht haar laatste jaren door in gebed en boete in de grot van Sainte-Baume. Na haar dood werd zij begraven te Saint-Maximin, waar haar verering zich over heel het christelijke Westen verspreidde.

Maria Magdalena zalft de voeten van Christus
“Altijd aan de voeten van de Heer”.
Maria Magdalena wast de voeten van Christus met haar tranen, droogt ze met haar haren en zalft ze met kostbare balsem. Bossuet beschrijft hoe zij de voeten van Jezus vasthoudt met haar kussen, haar tranen, haar handen en ten slotte met haar haren. De heilige Franciscus van Sales noemt haar daarom “la parfumeuse de Jésus”. Middeleeuwse miniatuur uit een Frans getijdenboek, 15e eeuw.

Meditatie van Dom Prosper Guéranger over de heilige Maria Magdalena

Drie heiligen, zo sprak onze Heer tot de heilige Birgitta van Zweden, zijn Mij meer welgevallig geweest dan alle anderen: Maria, Mijn Moeder, Johannes de Doper en Maria Magdalena.

De kerkvaders leren ons dat Maria Magdalena een beeld is van de Kerk uit de heidenen, geroepen uit de diepte van de zonde tot de hoogste heiligheid. Zoals de grootste gestalten van het tijdperk der genade reeds hun voorafbeelding hadden in vroegere tijden, zo geldt dit ook voor haar. Laten wij daarom het leven van deze grote boetvaardige volgen, zoals de eenstemmige overlevering het ons heeft overgeleverd. Haar heerlijkheid zal daardoor slechts des te duidelijker uitkomen.

Eindelijk brak het uur aan. Hij boog de hemelen neer en werd voor de zondige mensen tot zonde gemaakt. Verborgen onder de gestalte van een sterveling zette Hij Zich aan tafel in het huis van de trotse Farizeeër.

De hoogmoedige Synagoge, die noch met Johannes had willen vasten, noch zich met Christus had willen verblijden, zou nu zien hoe God het uitstel van Zijn barmhartige liefde rechtvaardigde. Laat ons niet, zoals de Farizeeën, zo zegt de heilige Ambrosius, de raadsbesluiten van God verachten. De kinderen der Wijsheid zingen. Luistert naar hun stemmen en sluit u aan bij hun vreugde, want het uur van de bruiloft is gekomen. Zo zong de profeet: Kom van de Libanon, Mijn bruid, kom van de Libanon.

En zie, een vrouw die in de stad een zondares was, vernam dat Hij in het huis van de Farizeeër aan tafel lag. Zij bracht een albasten vaas met balsem en ging achter Hem bij Zijn voeten staan. Zij begon Zijn voeten met tranen te bevochtigen, droogde ze af met de haren van haar hoofd, kuste Zijn voeten en zalfde ze met de balsem.

Wie is deze vrouw? Zonder twijfel is zij de Kerk, antwoordt de heilige Petrus Chrysologus, de Kerk, gebukt onder en bevlekt door de zonden die zij in de stad van deze wereld heeft bedreven. Zodra zij verneemt dat Christus in Judea is verschenen en dat Hij zal worden gezien aan het paasmaal, waar Hij Zijn geheimen schenkt, het goddelijk Sacrament openbaart en het geheim van het heil bekendmaakt, snelt zij voorwaarts.

Zij veracht de pogingen van de schriftgeleerden om haar de toegang te beletten en trotseert de vorsten van de Synagoge. Brandend van verlangen dringt zij het heiligdom binnen, waar zij Hem vindt die zij zoekt, hoewel Hij zelfs aan het gastmaal van de liefde door de trouweloosheid van de Joden wordt verraden. Noch het lijden, noch het kruis, noch het graf kunnen haar geloof doen wankelen of haar verhinderen haar welriekende balsemen tot Christus te brengen.

Door de welriekende balsem van haar bekering met haar tranen van berouw te vermengen, zalft zij de voeten van haar Heer en eert daarin Zijn menselijke natuur. Haar geloof, waardoor zij wordt gerechtvaardigd, groeit gelijk op met haar liefde.

Daaruit begrijpen wij gemakkelijk de bijzondere liefde van de Godmens voor deze ziel. Haar boetvaardigheid, die haar uit zulk een diepte van ellende ophief, openbaarde reeds vanaf het begin het welslagen van Zijn zending, de nederlaag van Satan en de overwinning van de goddelijke liefde.

Terwijl Israël van de Messias niets anders verwachtte dan vergankelijke goederen, en zelfs de apostelen, met inbegrip van Johannes, de beminde leerling, nog naar eer en de eerste plaatsen uitzagen, was zij de eerste die tot Jezus kwam om Hemzelf alleen en niet om Zijn gaven.

Verlangend naar niets dan vergeving en liefde, koos zij die heilige voeten tot haar deel, vermoeid als zij waren door het zoeken naar het verdwaalde schaap. Daar stond het gezegende altaar waarop zij aan haar goddelijke Verlosser als het ware zovele brandoffers van zichzelf opdroeg, zegt de heilige Gregorius, als zij tevoren ijdele voorwerpen van welbehagen had bezeten.

Van toen af stonden haar goederen en haar persoon ter beschikking van Jezus. De rest van haar leven bracht zij door, gezeten aan Zijn voeten, de geheimen van Zijn leven overwegend, ieder woord van Hem bewarend en Zijn schreden volgend, terwijl Hij het Rijk Gods verkondigde.

Hoe snel liet zij, in het licht van haar nederig vertrouwen, de Synagoge en zelfs de rechtvaardigen achter zich. De Farizeeër mocht verontwaardigd zijn, haar zuster mocht klagen en de apostelen mochten morren, Maria zweeg. Maar Jezus sprak voor haar, alsof Zijn heilig Hart gekwetst werd door het geringste woord dat tegen haar werd gezegd.

Bij de dood van Lazarus moest de Meester haar roepen uit de geheimvolle rust waarin zij zelfs toen nog gezeten was. Haar aanwezigheid bij het graf vermocht meer dan het gehele college der apostelen en de menigte der Joden. Eén enkel woord van haar, hoewel Martha, die eerder gekomen was, hetzelfde reeds had gezegd, had meer kracht dan alle woorden van de laatstgenoemde. Haar tranen deden de Godmens wenen en ontlokten Hem die diepe zucht die Hij slaakte vóór Hij Lazarus uit het graf terugriep, die goddelijke ontroering van een God die Zich door Zijn schepsel laat vermurwen. Waarlijk, zowel voor anderen als voor zichzelf, zowel voor de wereld als voor God, heeft Maria het beste deel gekozen, dat haar nooit zal worden ontnomen.

Op die grote Paasmorgen kondigde Magdalena, als een morgenster, de opgang aan van de Zon der gerechtigheid, die nooit meer zou ondergaan. Vrouw, waarom weent gij? sprak Jezus tot haar. Gij vergist u niet, scheen Hij te zeggen. Het is inderdaad de goddelijke Hovenier die tot u spreekt, dezelfde die in den beginne Eden heeft geplant. Maar droog nu uw tranen. In deze nieuwe hof, waarvan het middelpunt een leeg graf is, is het paradijs hersteld.

De engelen sluiten de toegang niet langer af. Hier staat de Boom des Levens, die sinds drie dagen zijn vrucht heeft voortgebracht. Deze vrucht, waarnaar gij, o vrouw, evenals weleer verlangt te grijpen en te proeven, behoort u nu rechtmatig toe, want gij zijt niet langer Eva, maar Maria.

Zo verheft de wijsheid en barmhartigheid van onze God de vrouw tot een grotere waardigheid dan zij vóór de val bezat. Maria Magdalena, aan wie de vrouw deze heerlijke overwinning te danken heeft, heeft daarom in de litanieën van de Kerk een ereplaats verkregen, zelfs boven de maagden, zoals Johannes de Doper aan het hoofd staat van alle heiligen, omdat hij de eerste getuige van onze verlossing was. Het getuigenis van de boetvaardige voltooit dat van de Voorloper. Op het woord van Johannes herkende de Kerk het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt; op het woord van Maria Magdalena begroet zij de Bruidegom, die de dood heeft overwonnen.

O Maria, hoe groot verscheen gij voor de hemel op dat plechtige ogenblik, toen onze Emmanuel, nog vóór de wereld iets wist van de overwinning van het leven, tot u sprak als de Overwinnaar: Ga naar Mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar Mijn Vader en uw Vader, naar Mijn God en uw God.

Gij vertegenwoordigt ons, de volkeren, die onze Heer eerst na Zijn hemelvaart door het geloof zouden bezitten. Die broeders, tot wie de Godmens u zond, waren degenen die Hij tijdens Zijn sterfelijk leven had uitverkoren om Hem te kennen. Aan hen moest gij, o apostel der apostelen, het geheim van Pasen verkondigen.

Ik heb de Heer gezien, en dit heeft Hij mij gezegd.