Volgens de traditie leefde te Rome onder paus Liberius een patriciër, Johannes genaamd. Hij en zijn vrouw waren kinderloos gebleven en besloten daarom hun bezit aan de allerheiligste Moeder Gods toe te wijden. Zij kozen Maria tot hun erfgename en baden haar vurig hun te tonen aan welk werk ter ere van haar zij hun vermogen moesten besteden.
Het was augustus, in de tijd waarin de zon het land van Rome het hevigst verschroeit. In een nacht verscheen de Heilige Maagd aan Johannes en zijn vrouw en maakte hun bekend dat zij een kerk ter ere van haar verlangde op de Esquilijn. De plaats zou hun door een wonder worden aangewezen. Ook paus Liberius ontving diezelfde nacht de openbaring en vernam dat Johannes hem bij de bouw van de kerk terzijde zou staan.
Bij het aanbreken van de morgen verliet Johannes zijn huis om zich naar de paus te begeven. Toen zag hij het wonder. Midden in de zomer lag op de Esquilijn een grote witte sneeuwvlakte. De plaats die de Moeder Gods voor haar kerk had uitgekozen was geheel met sneeuw bedekt. Johannes haastte zich naar het Lateraans paleis en vertelde paus Liberius wat hij had gezien. Daar vernam hij dat de Heilige Maagd ook aan de paus was verschenen en hem hetzelfde had bekendgemaakt.
De geestelijkheid en het volk van Rome werden samengeroepen en trokken met de paus en Johannes naar de Esquilijn. Daar vonden zij de sneeuw nog liggen, terwijl de witte laag de omtrek van de plaats zo duidelijk aftekende dat niemand eraan kon twijfelen waar de kerk moest verrijzen. Grote vreugde vervulde de menigte en allen dankten God en de allerheiligste Maagd. Paus Liberius nam zelf het werktuig ter hand en begon langs de door de sneeuw aangewezen grens de grond open te leggen. Op deze wonderbaar aangeduide plaats zou de kerk van de Moeder Gods worden gebouwd.

De kerkwijding van Santa Maria Maggiore
Op 5 augustus viert de Kerk de Dedicatio Sanctae Mariae ad Nives, de kerkwijding van Santa Maria Maggiore, de grote Mariabasiliek op de Esquilijn te Rome. De oude titel Maria ter Sneeuw bewaart de herinnering aan het wonder waardoor de plaats voor de kerk werd aangewezen. Zo zijn de wonderbare sneeuw op de Esquilijn en de kerkwijding van de basiliek in één feest met elkaar verbonden.
De eerste kerk die hier werd gebouwd, werd naar paus Liberius de Basilica Liberiana genoemd. De grote basiliek die wij nu als Santa Maria Maggiore kennen, werd in de vijfde eeuw onder paus Sixtus III opgericht en aan de Moeder Gods toegewijd. Zij werd ook Sancta Maria ad Praesepe, de Heilige Maria bij de Kribbe, genoemd, vanwege de daar vereerde relieken van de kribbe van Bethlehem. Later werd de naam Santa Maria Maggiore algemeen.
In Santa Maria Maggiore wordt ook de Salus Populi Romani vereerd, de hoogvereerde Maria-icoon die zo innig met Rome en deze basiliek verbonden is. Op 5 augustus wordt de herinnering aan de wonderbare sneeuw bovendien zichtbaar levend gehouden wanneer tijdens de viering witte bloemblaadjes in de basiliek neerdalen.

Op 5 augustus wordt in de basiliek van Santa Maria Maggiore te Rome het wonder van Onze Lieve Vrouw ter Sneeuw herdacht. Witte bloemblaadjes dalen uit het cassetteplafond neer als herinnering aan de wonderbare sneeuwval op de Esquilijn.

In Santa Maria Maggiore wordt de Salus Populi Romani vereerd, het Heil van het Romeinse volk. Volgens de oude overlevering werd deze afbeelding van de Moeder Gods geschilderd door de evangelist Lucas. In tijden van grote nood heeft Rome haar voorspraak afgesmeekt en de icoon in plechtige processies door de straten gedragen.
Een van de beroemdste herinneringen aan deze verering is verbonden met de heilige paus Gregorius de Grote. Toen een verschrikkelijke pest Rome teisterde en de dood overal slachtoffers maakte, riep Gregorius het volk op tot boete en gebed. De Salus Populi Romani werd uit Santa Maria Maggiore genomen en in processie door de stad gedragen. De paus ging met geestelijkheid en volk biddend voort. Toen de processie het mausoleum van Hadrianus naderde, hoorde men boven de beeltenis van de Heilige Maagd engelen zingen: Regina caeli, laetare, alleluia, quia quem meruisti portare, alleluia, resurrexit sicut dixit, alleluia. Gregorius antwoordde: Ora pro nobis Deum, alleluia.

Daarop zag de heilige paus boven op het mausoleum de aartsengel Michaël staan, die zijn bloedige zwaard in de schede stak. Gregorius begreep dat Gods toorn was gestild en dat de pest zou wijken. Het mausoleum van Hadrianus draagt ter herinnering aan deze verschijning de naam Castel Sant’Angelo, de Engelenburcht, en boven het gebouw staat de aartsengel nog altijd met het zwaard.
Ook in latere noden zocht Rome haar toevlucht tot de Salus Populi Romani. Toen de cholera Italië en Rome bedreigde, liet paus Gregorius XVI de icoon opnieuw in plechtige processie dragen en smeekte hij om de voorspraak van de Moeder Gods. Haar verering verbreidde zich ver buiten de Eeuwige Stad. Met pauselijke toestemming werden kopieën vervaardigd en naar andere landen gebracht. Het oorspronkelijke beeld wordt in Santa Maria Maggiore vereerd onder de oude Romeinse titel Salus Populi Romani, Heil van het Romeinse volk.