3 oktober – H. Theresia van het Kind Jezus, maagd, van Lisieux † 1897
Theresia Martin werd op 2 januari 1873 te Alençon geboren als jongste dochter van Louis en Zélie Martin. Na de dood van haar moeder verhuisde het gezin naar Lisieux in Normandië. Reeds jong verlangde zij naar het religieuze leven. Toen haar vanwege haar leeftijd de intrede werd geweigerd, richtte zij zich tijdens een bedevaart naar Rome persoonlijk tot paus Leo XIII. Op 9 april 1888 trad zij, vijftien jaar oud, in bij de ongeschoeide karmelietessen van Lisieux. In de Karmel leidde zij een verborgen leven van gebed, gehoorzaamheid en offer. Haar geestelijke weg werd gekenmerkt door een volkomen vertrouwen op Gods barmhartigheid. Zij leerde de kleine weg van het geestelijk kindschap: niet steunen op eigen grootheid of verdiensten, maar zich als een klein kind geheel aan God toevertrouwen en Hem in de kleinste dingen uit liefde trouw dienen. Op bevel van haar oversten schreef zij herinneringen aan haar leven en haar geestelijke ontwikkeling op. Deze geschriften werden na haar dood bekend onder de titel Histoire d’une âme. Door tuberculose verzwakt stierf zij op 30 september 1897, vierentwintig jaar oud. Paus Pius XI verklaarde haar in 1925 heilig.

Inhoud
Paus Pius XI over de H. Theresia
Florilegium
Gebed om liefde
De regen van rozen
Thérèse aux Roses
Paus Pius XI over de H. Theresia
Bij de heiligverklaring van de H. Theresia van het Kind Jezus op zondag 17 mei 1925 hield paus Pius XI in de Sint Pieter de historische homilie Benedictus Deus. Daarin stelde hij haar weg van het geestelijk kindschap voor aan de gehele Kerk en verklaarde hij welke geestelijke grootheid daarin besloten lag. Theresia had zich klein gemaakt in de geest, in dat kindschap dat niet van grootheid van ziel kan worden gescheiden en waarvan de heerlijkheid, volgens de beloften van Jezus Christus zelf, waardig is zowel in het hemelse Jeruzalem als in de strijdende Kerk te worden geëerd. Zij had deze evangelische leer diep in zich opgenomen en bracht haar in het dagelijks leven in praktijk. Door woord en voorbeeld leerde zij de novicen van haar klooster deze weg van het geestelijk kindschap en door haar geschriften ook alle anderen, geschriften die zich over de gehele wereld hadden verspreid. Als een allerzuiverste bloem, opgebloeid in de besloten tuin van de Karmel, had zij aan haar naam die van het Kind Jezus toegevoegd en Zijn beeld levendig in zichzelf weergegeven, zodat wie Theresia vereert, aldus Pius XI, tevens het goddelijk voorbeeld eert en verheerlijkt dat zij in zichzelf had nagevolgd. Het geestelijk kindschap bestaat daarin dat wij door de beoefening van de deugd datgene denken en doen wat een kind van nature denkt en doet. Zoals kinderen, vrij van bedrog en dubbelhartigheid, hun gedachten oprecht uitspreken en zich naar buiten tonen zoals zij werkelijk zijn, zo verwierf Theresia de eenvoud van het kind overeenkomstig de wetten van waarheid en gerechtigheid. Diep in haar geheugen stonden de uitnodigingen en beloften van de goddelijke Bruidegom gegrift: Wie klein is, kome tot Mij. Gij zult aan de borst gedragen en op de knieën gekoesterd worden. Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten. Zich bewust van haar eigen zwakheid vertrouwde Theresia zich vol vertrouwen toe aan de goddelijke Voorzienigheid, opdat zij, uitsluitend steunend op Gods hulp, ook door de zwaarste moeilijkheden heen tot de volmaakte heiligheid zou komen, terwijl zij besloten had daarnaar te streven door een volledige en vreugdevolle afstand van haar eigen wil. God schonk haar daarbij een bijna uitzonderlijke wijsheid. De ware leer van het geloof putte zij overvloedig uit het onderricht van de catechismus, de ascese uit het gouden boek van de Navolging van Christus, de mystiek uit de werken van haar vader, de H. Johannes van het Kruis, terwijl zij bovendien haar geest en haar hart voortdurend voedde door de lezing van de Heilige Schrift. De Geest der waarheid deelde haar mee en openbaarde haar hetgeen Hij voor wijzen en verstandigen pleegt te verbergen en aan kleinen te openbaren. Uit deze overvloedige deelname aan goddelijk licht en goddelijke genade ontstak in Theresia een zo groot vuur van liefde dat het haar voortdurend als het ware buiten zichzelf voerde en haar tenslotte verteerde, zodat zij kort voor haar dood eenvoudig kon verklaren dat zij God niets anders had gegeven dan liefde. Uit diezelfde brandende liefde kwam haar vaste voornemen voort te werken uit liefde tot Jezus, alleen om Hem te behagen, Zijn allerheiligst Hart te troosten en de eeuwige zaligheid van de zielen te bevorderen, opdat zij Christus voor altijd zouden beminnen. Dat zij dit werk onmiddellijk na haar aankomst in het hemelse vaderland begon en voortzette, zag Pius XI in die mystieke regen van rozen die zij, met Gods toelating en zoals zij tijdens haar leven eenvoudig had beloofd, reeds over de aarde had uitgestort en nog altijd bleef uitstorten. Daarom verlangde de paus niet alleen dat alle christenen deel zouden krijgen aan deze overvloedige uitstorting van genaden door de voorspraak van de kleine Theresia, maar nog veel vuriger dat zij naar haar zouden zien om haar na te volgen en zich als kinderen zouden gedragen. Indien allen deze weg van het geestelijk kindschap zouden gaan, zo besloot hij, zou ook de vernieuwing van de menselijke samenleving gemakkelijker tot stand kunnen komen. Aan het einde van deze historische heiligverklaringspreek maakte Pius XI tenslotte de bede tot de zijne waarmee Theresia haar kostbare autobiografie had besloten: Wij smeken U, goede Jezus, neer te zien op het grote aantal kleine zielen en U op aarde een legioen van slachtoffers te kiezen die Uw liefde waardig zijn. Zo zij het.
Feestdag: 3 oktober
Liturgische kleur: wit
Geboren: 2 januari 1873
† 30 september 1897
Zaligverklaard: 29 april 1923 door paus Pius XI
Heiligverklaard: 17 mei 1925 door paus Pius XI
Paus Pius X noemde haar de grootste heilige van de moderne tijd.
In 1887 verbrak de veertienjarige Theresia tijdens de pauselijke audiëntie de voorgeschreven stilte. Zij vroeg Leo XIII zelf of zij op haar vijftiende in de Karmel mocht treden. Toen zij bleef aandringen, antwoordde hij: Gij zult intreden, als de goede God het wil.
Alle vijf dochters Martin kozen het religieuze leven. Theresia, Marie, Pauline en Céline werden karmelietessen. Léonie werd visitandine.
Als kind telde Theresia haar kleine offers op een snoertje met kraaltjes. Haar moeder schreef hoe zij telkens haar hand in haar zak stak om na een offer één kraaltje te verschuiven.
Niet op eigen kracht de trap van de volmaaktheid beklimmen. Theresia wilde zich door Jezus laten verheffen: De lift die mij tot de hemel moet verheffen, zijn Uw armen, o Jezus.
Zij droeg beide in haar kloosternaam: Theresia van het Kind Jezus en van het Heilig Aanschijn. De godsvrucht tot het Heilig Aanschijn was haar bijzonder dierbaar.
Haar vreugden, smarten en kleine offers noemde zij bloemen: Mijn vreugden, mijn smarten, mijn kleine offers, dat zijn mijn bloemen.
Toen haar zuster zei dat zij na haar dood bedroefd zouden zijn, antwoordde Theresia: O neen, gij zult zien, het zal zijn als een regen van rozen. Na haar dood stroomden uit vele landen berichten over verkregen genaden naar Lisieux. De Karmel bundelde er duizenden onder de titel Pluie de Roses.
In haar laatste levensjaar zei zij: Ik wil mijn hemel doorbrengen met goed te doen op aarde.
Nog vóór haar zaligverklaring kwamen zoveel pelgrims naar haar graf dat bloemen er nauwelijks bleven liggen. Bezoekers namen ze mee als aandenken.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog droegen vele Franse en Belgische soldaten haar afbeelding of medaille bij zich. Brieven van het front stroomden naar Lisieux.
Benedictus XV stond reeds in 1915 een medaille met haar beeltenis toe, acht jaar vóór haar zaligverklaring.
Pius XI noemde Theresia de ster van zijn pontificaat.
Bij haar heiligverklaring op 17 mei 1925 waren 33 kardinalen en 250 bisschoppen aanwezig. Voor het eerst werden luidsprekers in de Sint-Pietersbasiliek geïnstalleerd, zodat de zes uur durende plechtigheid voor de enorme menigte verstaanbaar was.
Van Theresia zijn 47 authentieke foto’s bewaard. Haar zuster Céline maakte er 41. Door de lange belichtingstijd moest Theresia daarbij ongeveer negen seconden onbeweeglijk blijven. Céline bracht bij haar intrede in 1894 een camera mee. Zij ontwikkelde de foto’s zelf binnen de muren van het klooster.
In 1925 schilderde Céline het beroemde portret met de rozen. Zij vond het de meest gelijkende voorstelling die zij ooit van Theresia had gemaakt.
In 1927 verklaarde Pius XI haar, naast de H. Franciscus Xaverius, patrones van alle katholieke missies.
Gebed om liefde van de H. Theresia van het Kind Jezus
O goddelijke Zaligmaker, uw oneindige liefde heeft U er toe gebracht op de wereld te komen, U voor mij op te offeren en uw verblijf in mijn hart te vestigen. Ontvang dan geheel mijn persoon, mijn wil en mijn verstand als een bewijs van dankbaarheid voor zoveel goedheid. Voortaan wil ik leven uit liefde tot U, en uit liefde tot U wil ik sterven. Elke dag, Heer, ga ik verder op de weg naar de eeuwigheid en langzaam en zeker kom ik de avond van mijn leven nabij.
Ik bid U, blijf bij mij met uw liefde en uw genade. Geef mij sterkte om mijn kruis van elke dag uit liefde tot U te dragen. Aangemoedigd en aangespoord door het voorbeeld uwer wondergrote liefde, wil ik van nu af alles verrichten uit liefde tot U. Vooral wil ik er mij op toeleggen al mijn kruisen, zware en lichte, in vereniging met U te dragen en alles uit liefde tot U te lijden. O mijn Welbeminde, leer mij U beminnen, gelijk Gij verdient bemind te worden.
De regen van rozen

Het beeld van de rozen behoort reeds tot het eigen geestelijke leven van de H. Theresia. In haar gedicht Jeter des fleurs schrijft zij over de kleine offers, vreugden en smarten die zij als bloemen aan Jezus wilde geven: Mijn smarten en mijn vreugden, mijn kleine offers, dat zijn mijn bloemen. In Manuscript B verklaart zij hetzelfde nog directer: Ik heb geen ander middel om U mijn liefde te bewijzen dan bloemen te strooien. Daarmee bedoelde zij juist de kleine dingen die uit liefde voor God worden gedaan.
De rozen waren voor haar ook iets heel concreets. In de Karmel strooide men rozenblaadjes aan de voet van het kruisbeeld. In haar laatste maanden bleven haar zusters haar rozen brengen om over haar kruisbeeld uit te strooien. Tijdens het kerkelijk proces werd getuigd dat zij over deze rozenblaadjes zei: Verlies dat niet, mijn kleine zusters.
Op 9 juni 1897 kreeg het beeld van de rozen zijn bekende betekenis. Toen haar zuster Marie van het Heilig Hart zei dat zij veel verdriet zouden hebben wanneer Theresia gestorven was, antwoordde zij: O neen, gij zult zien, het zal zijn als een regen van rozen. Marie verklaarde later tijdens het proces dat Theresia haar eveneens had gezegd dat zij na haar dood rozen zou laten regenen.
Die gedachte stond niet op zichzelf. Reeds in maart 1897 bad Theresia tot de H. Jozef en de H. Franciscus Xaverius om de genade haar hemel door te brengen met goed te doen op aarde. Na haar dood werd deze belofte verbonden met de regen van rozen. De Karmel van Lisieux begon de vele berichten over verkregen genaden onder de titel Pluie de Roses te verzamelen. Zo werd de regen van rozen het beeld van de werkzaamheid die Theresia zelf voor haar leven na de dood had verlangd.
Het portret van haar eigen zuster

In 1925 schilderde Céline Martin, de eigen zuster van Theresia en in de Karmel zuster Geneviève van het Heilig Aanschijn, het portret dat bekend werd als Thérèse aux Roses. Céline vond het zelf het meest gelijkende portret dat zij ooit van haar zuster had gemaakt. Toen zij het voltooid zag, trof de gelijkenis haar zo sterk dat zij haar tranen niet kon bedwingen.