Vrijdagmeditatie XIII over het Heilig Hart van O.H.J.C

Heilig Hart van Jezus

Overzicht Vrijdagmeditaties

Vrijdagmeditatie over het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus
door Alexis M. Lepicier O.S.M.

HOOFDSTUK XIII

Jezus Christus, Koning en Middelpunt van alle harten

Wij hebben in het voorafgaande hoofdstuk aangetoond hoe het koningschap van Jezus Christus zich van dat der aardse vorsten onderscheidt door zijn goddelijke oorsprong, zijn algemeenheid en zijn eindeloze duur. Maar er bestaat nog een dieper verschil, dat gelegen is in de wijze waarop deze allerliefderijkste Koning Zijn koninklijke macht over de mensen uitoefent. Aardse koningen oefenen hun macht uit over het lichaam van hun onderdanen. Onze Koning, Jezus Christus, daarentegen, oefent Zijn macht uit over de zielen en harten der mensen. Daarom wordt Hij terecht de Koning van onze harten genoemd. Daarmee willen wij niet zeggen dat Jezus Christus geen macht heeft over onze lichamen. Hij is Koning en Hoofd van de gehele menselijke samenleving en van ieder harer leden, niet alleen wat hun zielen betreft, maar ook hun lichamen; niet alleen in de geestelijke, maar ook in de tijdelijke orde. Want alle mensen zijn Hem onderworpen met hun gehele persoon en al hun vermogens. Wat echter de koninklijke waardigheid van Jezus Christus in het bijzonder kenmerkt, is dat Zijn heerschappij zich zelfs uitstrekt tot de harten der mensen. Ja, juist deze harten vormen het eigenlijke gebied van Zijn heerschappij, terwijl deze liefdevolle Koning ons met evenveel kracht als zachtheid beweegt waarheen Hij wil.

Deze onzichtbare en onweerstaanbare macht is het bijzondere kenmerk van het koningschap van Jezus Christus. Hierin ligt een eigenschap die Hem alleen toebehoort. Het is juist deze eigenschap van onze allerliefderijkste Heer die wij door de godsvrucht tot Zijn allerheiligst Hart willen erkennen en vereren. Het Hart van Jezus stelt derhalve de koninklijke macht voor die Hij over de harten der mensen uitoefent. Het stelt Zijn waardigheid voor als Koning van onze harten.

Het is nu nuttig onze aandacht te richten op de afbeelding van het Heilig Hart van Jezus, zoals dit aan de H. Margaretha Maria Alacoque werd geopenbaard en zoals het met goedkeuring van de Kerk aan de verering der gelovigen wordt voorgehouden. Beschouwen wij aandachtig het heilige zinnebeeld, het enige kenteken dat deze afbeelding siert. Het verklaart en verkondigt op welsprekende wijze de eigenlijke aard van het koningschap van Jezus Christus. Op deze afbeelding draagt Jezus geen met edelstenen bezette kroon, zoals de koningen der aarde. Hij houdt geen scepter in Zijn hand en draagt geen zwaard aan Zijn zijde. Hij wijst slechts op Zijn Hart, dat óf zichtbaar op Zijn borst is afgebeeld, óf door de opening in Zijn zijde wordt getoond.1 Wat betekent dit anders dan dat Jezus Christus ons wil doen begrijpen dat Zijn koninkrijk een geestelijk koninkrijk is en dat Zijn macht over onze harten wordt uitgeoefend door de zachte en tevens krachtige werking van Zijn genade, die doordringt tot in de diepste schuilhoeken van onze ziel?

De vijanden van Jezus Christus hebben Hem tijdens Zijn lijden, om Hem tot een voorwerp van spot en hoon te maken, met de schijnbare kentekenen van het koningschap bekleed. Hij heeft toegelaten dat men Hem aldus behandelde, opdat wij des te beter zouden begrijpen dat Hij geen koning is zoals de koningen der aarde, maar een Koning van een hogere orde. Nadat de soldaten van de landvoogd Jezus hadden gegeseld, voerden zij Hem naar de voorhof van het gerechtsgebouw, waar de gehele afdeling zich om Hem verzamelde. Zij ontdeden Hem van Zijn klederen, hingen Hem een purperen mantel om, vlochten een kroon van doornen en zetten die op Zijn hoofd. Vervolgens plaatsten zij een rietstok in Zijn koninklijke hand en knielden ten slotte voor Hem neer alsof zij Hem hulde brachten.2 Waartoe heeft Onze Heer toegelaten dat men Hem met al deze spottende tekenen van koninklijke waardigheid bekleedde, anders dan om ons deze plechtige waarheid te doen begrijpen: dat Zijn koninklijke waardigheid van een andere aard is dan die der aardse koningen, en dat Zijn macht zich niet openbaart door wapengeweld, maar door zachtmoedigheid en liefde? Hij behoeft geen toevlucht te nemen tot prachtvolle gewaden of uiterlijke heerlijkheid, noch tot enig teken van gezag of recht, om over het hart van de mens te heersen. Het enige sieraad dat Hij verkiest, is het zinnebeeld van Zijn Heilig Hart, dat stralend op Zijn borst wordt getoond, een teken dat waarlijk de geestelijke aard van Zijn koningschap uitdrukt.

Op deze wijze wilde Jezus aan de wereld tonen dat Hij de Koning van onze harten is en dat Hij Zijn koninklijke macht niet zozeer uitoefent over onze lichamen en onze uiterlijke handelingen, zoals de koningen der aarde doen, maar over onze zielen en in het binnenste van onze harten. Daar dringt Hij binnen door Zijn genade, overwint Hij met bewonderenswaardige kracht en zachtheid al onze weerspannigheid en gebiedt Hij over alle genegenheden en bewegingen van ons hart. Ja, Christus regeert, maar over onze harten. Christus overwint, maar door de zachtheid van Zijn genade. Christus gebiedt, maar Zijn gebod buigt onze wil tot volmaakte gehoorzaamheid.

Christus regeert. Christus overwint. Christus gebiedt. Christus bevrijdt Zijn volk van alle kwaad.
Christus regnat. Christus vincit. Christus imperat. Christus ab omni malo plebem suam liberat.3

Zie hoezeer het koningschap van Jezus Christus dat van de koningen der aarde overtreft. Een aardse koning kan met de stoffelijke middelen die hem ter beschikking staan legers van soldaten in beweging brengen en hen als één man doen optrekken. Door de macht van zijn legers kan hij zijn vijanden onderwerpen aan zijn scepter. Maar hij kan de harten of de wil van zijn onderdanen niet veranderen. Hij kan geen van zijn onderdanen ertoe brengen uit zuivere liefde te doen wat deze anders niet zou willen doen. Het kan gebeuren, en het gebeurt niet zelden, dat degenen die een aardse koning aan zijn heerschappij heeft onderworpen, na hun nederlaag in hun hart nog verder van hem verwijderd raken dan tevoren. Ondanks alle middelen waarover de overwinnaar beschikt, kunnen de overwonnenen in hun hart een dodelijke haat tegen hun nieuwe heer bewaren en voeden.

Jezus daarentegen oefent Zijn macht op een veel verhevener wijze uit. Door Zijn genade dringt Hij binnen tot in de meest verborgen diepten van het menselijk hart. Onder Zijn aanraking wordt de wil, die aanvankelijk onwillig en weerspannig was, nederig en zachtmoedig. De koninklijke waardigheid en macht van deze Koning van onze harten openbaren zich door een geheimzinnig wapen: Zijn eigen Hart en de liefde waarvan het brandt. Daardoor onderwerpt en wint Hij de harten der mensen. Cor Jesu, Rex et Centrum omnium cordium. Hart van Jezus, Koning en Middelpunt van alle harten.

O, laten wij onze wil buigen voor zulk een machtige en goedertieren Koning. Laten wij de aandrang van Zijn genade volgen en ons geheel aan Zijn heerschappij onderwerpen.

1 De auteur verwijst naar de verklaring van de Heilige Congregatie der Riten dat het niet passend is een kroon op de afbeelding van het Hart van Jezus te plaatsen. Pius X, Ep. Me taedet, 9 juli 1908, Il Monitore ecclesiastico, tweede serie, deel X, blz. 315.

2 Matth. 27, 27–29; Marc. 15, 16–19; Joh. 19, 2–3.

3 Opschrift op de obelisk van Sixtus V op het Sint-Pietersplein te Rome.

Deze meditatie is ontleend aan Jesus Christ the King of Our Hearts, de Engelse uitgave van Lepiciers werk over het koningschap van Onze Heer Jezus Christus over de harten, de Kerk en de wereld.

De auteur, Alexis M. Lepicier O.S.M. (1863–1936), was priester van de Orde der Servieten en een vooraanstaand theoloog en marioloog. Zijn geestelijke geschriften ademen een klassieke katholieke geest en verbinden Schrift, dogma en devotie op sobere en verheven wijze.

Katholieke Klassieken