Evangelie van de zondag (Lucas 15, 1-10)
IN DIE TIJD kwamen de tollenaars en de zondaars tot Jezus, om naar Hem te luisteren. Maar de farizeeën en schriftgeleerden morden en zeiden: Deze man ontvangt zondaars en eet met hen. Doch Hij hield hun de volgende gelijkenis voor: Wie van u, die honderd schapen heeft, en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de woestijn achter, om het verlorene te zoeken, totdat hij het vindt? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders, en thuisgekomen roept hij vrienden en buren bijeen en zegt hun: Verheugt u met mij, want ik heb mijn schaap teruggevonden, dat verloren was. Ik zeg u: zo zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben.
Of welke vrouw, die tien drachmen bezit, en er één drachme van verliest, zal niet de lamp aansteken, het huis uitvegen en zorgvuldig zoeken, totdat zij ze vindt? En als zij ze gevonden heeft, roept zij vriendinnen en buren bijeen en zegt: Verheugt u met mij, want ik heb de drachme teruggevonden, die ik verloren had. Zo, zeg Ik u, zal er vreugde zijn bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert.
Gebed van de H. Alphonsus Maria de Liguori
Mijn God, hoe dikwijls heb ik U verlaten en toch hebt Gij mij niet verlaten. Ik heb U beledigd, maar Gij hebt niet opgehouden mij lief te hebben. Gij verlangt niet de dood van de zondaar, maar dat hij zich bekeert en leeft. Daarom keer ik tot U terug met heel mijn hart. Ik betreur al mijn zonden en hoop op Uw barmhartigheid. O goede Herder, die het verloren schaap zoekt totdat Hij het vindt, laat mij nooit meer van U verwijderd raken.

Het verloren schaap
Er is geen hoofdstuk in het Nieuwe Testament dat zo bekend en zo geliefd is als het vijftiende hoofdstuk van Lucas. Men heeft het wel het Evangelie in het Evangelie genoemd, alsof het de zuiverste kern bevatte van de blijde boodschap die Jezus kwam brengen.
Deze gelijkenissen ontstonden uit concrete omstandigheden. De schriftgeleerden en farizeeën namen er aanstoot aan dat Jezus omging met mannen en vrouwen die door de orthodoxen als zondaars werden beschouwd. De farizeeën gaven aan mensen die de wet niet onderhielden een algemene benaming: zij noemden hen het volk van het land. Er bestond een volledige scheiding tussen de farizeeën en dit volk van het land.
Een farizeeër mocht geen gast zijn bij zo iemand en hem ook niet als gast ontvangen. Voor zover mogelijk mocht hij zelfs geen zaken met hem doen. Het was het opzettelijke streven van de farizeeën elk contact te vermijden met mensen die de kleine voorschriften van de wet niet onderhielden.
Daarom vertelde Jezus hun de gelijkenis van het verloren schaap en van de vreugde van de herder. De herder in Judea had een zware en gevaarlijke taak. Weidegrond was schaars. Er waren geen omheiningen en de schapen konden gemakkelijk afdwalen.
De herder was persoonlijk verantwoordelijk voor de schapen. Er was geen herder voor wie het niet tot het werk van de dag behoorde zijn leven voor zijn schapen te wagen.
Dat is het beeld dat Jezus van God tekende. Dat, zei Jezus, is God. God is even blij wanneer een verloren zondaar wordt teruggevonden als een herder wanneer een afgedwaald schaap wordt thuisgebracht.

De munt waar het in deze gelijkenis om gaat, was een zilveren drachme. Het was in een Palestijns boerenhuis niet moeilijk een munt te verliezen, en het kon lang zoeken zijn om haar terug te vinden. De huizen waren zeer donker, want zij werden slechts verlicht door één klein rond venster, niet veel groter dan ongeveer vijfenveertig centimeter. De vloer bestond uit aangestampte aarde, bedekt met gedroogde rietstengels en biezen. Een munt zoeken op zo’n vloer was bijna als zoeken naar een naald in een hooiberg. De vrouw veegde de vloer in de hoop dat zij de munt zou zien glinsteren of zou horen rinkelen wanneer zij bewoog.
Er zijn twee redenen waarom de vrouw zo verlangend kan zijn geweest de munt te vinden. Ten eerste kan het bittere noodzaak zijn geweest. Vier pence klinkt niet als veel, maar het was meer dan een dagloon voor een arbeider in Palestina. Deze mensen leefden altijd aan de rand van het bestaan, en er stond maar weinig tussen hen en werkelijke honger. De vrouw kan dus met grote ijver hebben gezocht, omdat, als zij de munt niet vond, het gezin niet zou eten.
Ten tweede kan er een veel meer persoonlijke reden zijn geweest. Het teken van een gehuwde vrouw was een hoofdsieraad, gemaakt van tien zilveren munten die door een zilveren ketting met elkaar verbonden waren. Misschien had een meisje jarenlang gespaard om haar tien munten bijeen te brengen, want dat hoofdsieraad was bijna het equivalent van haar trouwring. Wanneer zij het eenmaal bezat, was het zo onvervreemdbaar van haar dat het haar zelfs wegens schuld niet kon worden afgenomen. Het kan heel goed zijn dat de vrouw een van deze munten had verloren, en dat zij ernaar zocht zoals iedere vrouw zou zoeken wanneer zij haar trouwring verloren had.
In beide gevallen is het gemakkelijk zich de vreugde van de vrouw voor te stellen, toen zij eindelijk de glans van de verborgen munt zag en haar opnieuw in de hand hield. God, zei Jezus, is zo. De vreugde van God en van al de engelen, wanneer één zondaar thuiskomt, is als de vreugde van een gezin wanneer een munt wordt teruggevonden die tussen hen en honger stond. Het is als de vreugde van een vrouw die haar kostbaarste bezit, waarvan de waarde ver boven geld uitgaat, verliest en het daarna terugvindt.
Geen farizeeër had ooit gedroomd van een God als deze. Een grote Joodse geleerde heeft toegegeven dat dit het ene geheel nieuwe was dat Jezus de mensen over God leerde: dat Hij werkelijk naar de mensen zoekt. De Jood kon misschien aannemen dat, als een mens in zelfvernedering naar God terugkroop en om medelijden bad, hij dat medelijden zou vinden. Maar hij zou zich nooit een God hebben voorgesteld die eropuit gaat om zondaars te zoeken. Wij geloven in de zoekende liefde van God, omdat wij die liefde vleesgeworden zien in Jezus Christus, de Zoon van God, die gekomen is om te zoeken en te redden wat verloren was. (William Barclay, DSB)