HH. Abdon en Sennen, martelaren † ca. 252
30 juli – Vandaag viert de Kerk de gedachtenis van de heilige Abdon en Sennen. Deze heilige martelaren waren Perzische christenen die tijdens de vervolging onder keizer Decius naar Rome werden gebracht. Daar werden zij na zware folteringen omstreeks het jaar 252 om het geloof ter dood gebracht.
Hoewel de uitvoerige beschrijving van hun martelaarschap pas uit latere tijd stamt, is hun verering in Rome van hoge ouderdom. Reeds de oudste Romeinse martelarenkalender vermeldt op 30 juli hun gedachtenis bij de begraafplaats van Pontianus aan de Via Portuensis. Hun namen behoren dan ook tot de oudste martelarennamen die in de Kerk van Rome bewaard zijn gebleven.
Volgens de overlevering werden hun lichamen na de marteldood toevertrouwd aan de zorg van de subdiaken Quirinus. Onder keizer Constantijn de Grote werden hun relieken plechtig overgebracht naar de begraafplaats van Pontianus, ook wel Ad Ursum Pileatum genoemd, aan de weg naar Porto, nabij de Tiber. In de vijftiende eeuw werden hun relieken overgebracht naar de basiliek van Sint Marcus te Rome.
Bij hun graf ontstond reeds vroeg een bijzondere verering. Een vroegchristelijke voorstelling toont Christus met de kruisnimbus, terwijl Hij Abdon en Sennen met de hemelse krans van het martelaarschap kroont. De beide heiligen zijn afgebeeld in hun oosterse kleding, terwijl de heiligen Milix en Vincentius hen ter zijde staan. Deze voorstelling behoort tot de oudste bewaard gebleven afbeeldingen van de beide martelaren.