HH. Zeven broeders & hun moeder Felicitas

10 juli — HH. Zeven broeders, martelaren † ca. 162

Het roemrijke martelaarschap van deze heiligen vond plaats te Rome onder keizer Antoninus. De zeven broeders waren de zonen van de heilige Felicitas, een voorname en godvruchtige christelijke weduwe, die na de dood van haar echtgenoot geheel leefde voor God in gebed, vasten en werken van barmhartigheid. Zij voedde haar zeven zonen op in het christelijk geloof. Door het openbare en stichtende voorbeeld van deze heilige vrouw en haar gehele gezin werden vele afgodendienaars ertoe gebracht de verering van hun valse goden op te geven en het geloof in Christus te omhelzen. Dit wekte de toorn van de heidense priesters, die zich bij de keizer beklaagden over de vrijmoedigheid waarmee Felicitas de christelijke godsdienst beleed. Publius, de prefect van Rome, liet daarop de moeder en haar zonen voor zich brengen en sprak tot haar: Heb medelijden met uw kinderen, Felicitas. Zij staan in de bloei van hun jeugd en kunnen nog de hoogste eer en waardigheid bereiken. De heilige moeder antwoordde: Uw medelijden is in werkelijkheid wreedheid. Het medelijden waartoe gij mij aanspoort, zou mij de wreedste van alle moeders maken. Daarop wendde zij zich tot haar kinderen en zei: Mijn zonen, ziet op naar de hemel, waar Jezus Christus met zijn heiligen u verwacht. Blijft Hem trouw in liefde en strijdt moedig voor uw zielen. Publius liet haar geselen. Vervolgens riep hij de kinderen één voor één bij zich. Met vleierijen, beloften en bedreigingen trachtte hij hen ertoe te brengen de afgoden te aanbidden, maar al zijn pogingen waren vergeefs. Na de geseling werden zij in de gevangenis geworpen. Toen de prefect geen middel meer zag om hun standvastigheid te breken, legde hij de gehele zaak aan de keizer voor. Antoninus beval dat de broeders aan verschillende rechters zouden worden overgeleverd en ieder afzonderlijk ter dood gebracht. Januarius werd dood gegeseld met zwepen die met loden kogels waren verzwaard. Felix en Philippus werden doodgeslagen met knuppels. Silvanus werd van een steile rots naar beneden geworpen. De drie jongsten, Alexander, Vitalis en Martialis, werden onthoofd. Vier maanden later onderging ook hun moeder hetzelfde vonnis. Het feest van de zeven broeders behoort tot de oude Romeinse martelaarsverering. Hun namen komen reeds voor in de vroegste Romeinse martelaarskalenders en in de oude Romeinse bedevaartsgidsen. Zij werden niet op één plaats begraven, maar op verschillende begraafplaatsen langs de Romeinse heirwegen bijgezet. Pelgrims bezochten in de Middeleeuwen deze graven afzonderlijk.

De heilige Felicitas met haar zeven zonen
De heilige Felicitas met haar zeven zonen. Houtsnede uit de Neurenbergkroniek, 1493.

Felicitas en de moeder der Makkabeeën

Reeds de oudste christenen herkenden in de heilige Felicitas de geest van de moeder der Makkabeeën (2 Makk. 7). Zoals deze haar zeven zonen zag sterven om trouw te blijven aan Gods wet, zo zag ook Felicitas haar zeven zonen de marteldood ondergaan omwille van Christus. Daarom heeft de Kerk beide moeders steeds met bijzondere eerbied naast elkaar geplaatst.

De H. Gregorius de Grote zegt dat Felicitas meer was dan een martelares. Zij werd niet slechts eenmaal ter dood gebracht, maar onderging de marteldood reeds in elk van haar zeven zonen. Pas daarna bracht zij ook haar eigen offer. Zo werd haar moed niet gebroken door moederliefde, maar juist daardoor verheerlijkt.

Ook de H. Ambrosius bewondert de moeder der Makkabeeën. Zij weende niet als iemand die haar kinderen verloor, maar verheugde zich dat zij hen aan God mocht teruggeven. Datzelfde geloof schittert in de heilige Felicitas. Haar woorden tot haar zonen waren geen afscheid, maar een aansporing om de eeuwige kroon te verwerven.

De HH. Makkabeeën worden in de traditionele Romeinse kalender gevierd op 1 augustus. Op 10 juli gedenkt de Kerk de HH. Zeven broeders, martelaren.