Evangelie van de zondag (Mattheüs 7, 15–21)
IN DIE TIJD sprak Jezus tot zijn leerlingen: Wees op uw hoede voor de valse profeten, want zij komen tot u in schaapskleren, maar van binnen zijn het roofgierige wolven. Aan hun vruchten kunt gij ze kennen. Kan men wel druiven plukken van doornen, of vijgen van distels? Zo draagt iedere goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, en een slechte boom kan geen goede vruchten dragen. Elke boom die geen goede vruchten draagt, zal worden omgehakt en in het vuur geworpen. Dus aan hun vruchten kunt gij ze kennen. Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Rijk der hemelen binnengaan, maar alleen hij die de wil volbrengt van mijn Vader in de hemel, hij zal het Rijk der hemelen binnengaan.
De goede en de slechte boom. Miniatuur uit het Liber Floridus van Lambert van Sint-Omaars, samengesteld omstreeks 1120. Links staat de arbor bona, de goede boom, rijk aan bladeren en vruchten. Rechts staat de arbor mala, de slechte boom, waarvan de dorre takken en bladeren de vruchteloosheid van het kwaad uitbeelden. De medaillons en opschriften tonen de gevolgen van deugden en ondeugden. De voorstelling sluit nauw aan bij de woorden van Christus: Iedere goede boom brengt goede vruchten voort, maar een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Matt. 7, 17–20. Universiteitsbibliotheek Gent, Liber Floridus.
Wacht u voor de valse profeten. Christus gaat nu over tot een zeer heilzame waarschuwing om zich te wachten voor valse leraren. Zij leren dat de weg naar de hemel niet nauw is, maar gemakkelijk, en zo voeren zij hun volgelingen niet naar de hemel maar naar de hel. Zij leren dat men niet behoeft te vasten, niet behoeft te biechten, de maagdelijkheid niet behoeft te bewaren en religieuze geloften niet hoeft te onderhouden. Zij staan allerlei vrijheid voor het vlees toe en nemen iedere verdienste van goede werken weg.
Merk op dat een profeet in de Heilige Schrift niet alleen iemand betekent die toekomstige gebeurtenissen voorspelt, maar ook vele andere personen, zoals heilige en godvruchtige mannen, zangers, wonderdoeners en, zoals hier en op vele andere plaatsen, een leraar of onderwijzer. Want de profeten waren leraren die de weg van het leven bekendmaakten en inzicht gaven in zaken die voor anderen verborgen waren, of zij nu toekomstige gebeurtenissen voorspelden of niet. In het Hebreeuws wordt een profeet immers een ziener genoemd, omdat hij verborgen en geheime dingen ziet, vooral toekomstige gebeurtenissen. Valse profeten zijn daarom valse leraren, hetzij ketters, hetzij heidenen.
De schaapskleren waarmee deze wolven zich bekleden, dienen om hun dwalingen en ketterijen te verhullen. Ten eerste onder het voorwendsel van gewetensvrijheid. Ten tweede door Schriftplaatsen aan te halen die hun dwalingen schijnen te ondersteunen. Ten derde onder het voorwendsel de zeden van de Kerk te willen hervormen, vooral die van de geestelijkheid. Ten vierde door een schijn van zachtmoedigheid, eenvoud en godsvrucht. Ten vijfde door zachte woorden en een breedsprakige welsprekendheid, waarmee zij hun wolfachtige wreedheid bedekken.
Zij komen uit zichzelf. Zij zijn niet geroepen, niet gezonden en niet goedgekeurd door de bisschoppen en prelaten van de Kerk. Over hen zegt Jeremias: Ik heb deze profeten niet gezonden, en toch zijn zij gaan lopen.
Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Kan men druiven lezen van doornen? Zoals men geen druiven van doornen plukt en geen vijgen van distels, zo kan men uit een ketterij of uit ketters geen goede of zoete vrucht verkrijgen, maar slechts harde en stekelige vruchten. Deze vruchten zijn van tweeërlei aard. Ten eerste valse leer. Ten tweede slechte zeden en goddeloosheid.
Luther en Calvijn hebben hiervan voorbeelden gegeven. Luther leert dat religieuze geloften niet bindend zijn, dat de mens geen vrije wil bezit maar een slaaf van de noodzakelijkheid is, dat hij moet zondigen, dat alleen het geloof rechtvaardigt en dat goede werken voor God geen verdienste hebben. Calvijn leert dat God de oorzaak van het kwaad is, dat Christus aan het kruis wanhoopte en de pijnen van de hel onderging, en dergelijke zaken, die openlijke godslasteringen zijn en strijdig met de natuurwet en met de rede.
Calvijn hield bovendien staande dat het geloof, waarmee hij zijn eigen verdraaiing daarvan bedoelde, met geweld van wapenen moest worden verdedigd en verbreid, zelfs door het doden van wettige vorsten en koningen, van bisschoppen, priesters en katholieken die zich daartegen verzetten. Daarom hebben wij in Engeland, Frankrijk en Duitsland gehoord en bijna met eigen ogen gezien hoeveel moorden, roof en verbanningen van priesters en katholieken hebben plaatsgevonden, hoeveel ongerechtigheid als een vloed over de wereld is gekomen en hoe als het ware een algemene brand van alle goedheid is ontstaan.
Wij hebben de allerheiligste Sacramenten zien onteren, het heilig Misoffer afgeschaft, geloften verbroken, de heiligen veracht, kerken verbrand, de heilige canones met voeten getreden, maagden geschonden en nog vele dergelijke dingen. Want, zoals de heilige Johannes Fisher, bisschop van Rochester, die samen met Thomas More onder Hendrik VIII een roemrijke martelaar werd, terecht zegt: De wellust is tegelijk de moeder en het kind van de ketterij.
Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort. Een goede boom wordt niet onderscheiden van een slechte door zijn bladeren of bloemen, zegt de heilige Bernardus, maar door zijn vruchten. Merk allereerst op dat men onder de goede boom hier niet een goede wil of de liefde moet verstaan en onder de slechte boom een boze wil, zoals Augustinus, Chrysostomus en anderen menen, maar een goede of slechte leraar. Want over zulke leraren sprak Christus reeds in de voorafgaande woorden. Onder de vrucht van de boom, dat wil zeggen van de leraar, moet diens leer worden verstaan. Uit een waar leraar komt een ware leer voort, uit een vals leraar een valse.
Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen. Een doornstruik kan geen druiven voortbrengen en een distel geen vijgen. Een doorn brengt noodzakelijk doornen voort en een distel distels. Omgekeerd kan een wijnstok geen doornen voortbrengen maar slechts druiven. Wanneer druiven of vijgen onrijp blijven en zuur zijn, komt dat niet door een gebrek van de wijnstok of de vijgenboom, maar door ongunstig weer en gebrek aan zonnewarmte.
Evenzo kan een ware profeet, dat wil zeggen een ware leraar, geen valse leer verkondigen, en een valse leraar kan de waarheid niet leren of geheel rechtvaardig en heilig handelen. Men moet dit verstaan in samengestelde en formele zin, namelijk zolang de leraar werkelijk goed of slecht is. Want in concrete en stoffelijke zin kan een goede leraar van zijn goedheid afvallen en slechte dingen leren of doen. De schriftgeleerden leerden immers goed, maar hun werken waren slecht. En ook het omgekeerde komt soms voor.
Vele ketters hebben deze woorden van Christus misbruikt om hun eigen dwalingen te verdedigen. Zo wilden de Manicheeërs hieruit bewijzen dat sommige mensen van nature goed en andere van nature slecht zijn, of dat er twee natuurlijke beginselen bestaan, een goed beginsel dat sommige mensen goed maakt en een kwaad beginsel dat anderen slecht maakt. Jovinianus leidde hieruit af dat iemand die uit God geboren is, niet kan zondigen. De Pelagianen beweerden dat er geen erfzonde bestaat, omdat uit een goed huwelijk, als uit een goede boom, geen slechte vrucht als de zonde kan voortkomen. De Donatisten besloten hieruit dat slechte priesters, als slechte bomen, niet geldig kunnen dopen. De Calvinisten leiden eruit af dat de mens geen vrije wil bezit om goede of slechte werken voort te brengen.
Eveneens besluiten zij dat wij niet door goede werken worden gerechtvaardigd, maar slechts rechtvaardig worden verklaard, omdat een boom niet goed wordt door zijn goede vruchten, maar daardoor slechts als goed wordt getoond. Maar al deze gevolgtrekkingen zijn onjuist. Zij hebben niets met deze Schriftplaats te maken. Want Christus past deze regel uitsluitend toe op profeten, dat wil zeggen op ware of valse leraren.
Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer. Hier beschrijft Christus duidelijk wat de vrucht is van een goede boom, dat wil zeggen van een goede leraar en een goede christen. Die vrucht bestaat hierin dat men de wil van de hemelse Vader doet. Men moet Hem niet alleen met het geloof erkennen en Zijn wet aannemen zoals Christus die heeft verkondigd, maar deze ook daadwerkelijk en in alles volbrengen.
Daarom zegt Christus: Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer. Dat wil zeggen, niet ieder die in Mij gelooft als Heer en God, Mij als zodanig aanroept of Mijn naam voortdurend op de lippen heeft om zijn woorden en zijn leer kracht bij te zetten alsof hij het zuivere Evangelie verkondigt, zoals de ketters zich beroemen, zal het Koninkrijk van Mijn hemelse Vader binnengaan. Maar wel hij die de wil van die Vader doet, dat wil zeggen Zijn geboden onderhoudt.
Deze zijn tweeledig. Ten eerste in Christus geloven met een rechtzinnig geloof. Ten tweede de geboden van Christus daadwerkelijk volbrengen. Want, zoals de heilige Hilarius zegt: Met woorden alleen verkrijgt men het Koninkrijk der hemelen niet. Wij moeten iets doen en iets van onszelf aan God aanbieden om de zalige eeuwigheid te verwerven. En de Glossa voegt eraan toe: De weg naar het Koninkrijk der hemelen is gehoorzaamheid, niet slechts het uitspreken van een naam.
Bron: Cornelius a Lapide, commentaar op Mattheüs 7, 15–21. Nederlandse vertaling naar de Engelse uitgave.