Feest van het Onbevlekt Hart van de H. maagd Maria

22 augustus – Het Onbevlekt Hart van de H. Maagd Maria

Op de octaafdag van Maria Tenhemelopneming vereert de Kerk het Onbevlekt Hart van de Moeder Gods als het teken van haar innerlijke heiligheid en van haar volmaakte liefde. In het decreet waarbij Pius XII het feest tot de gehele Kerk uitbreidde, wordt deze verering omschreven als de verering van de buitengewone en geheel enige heiligheid van de ziel van de Moeder Gods, maar vooral haar allerbrandendste liefde tot God en tot Jezus, haar Zoon, en haar moederlijke liefde voor de mensen die door het Goddelijk Bloed zijn verlost.

Hoe goed zal het ons zijn onder de bescherming van zulk een Moeder! Wie zal ons durven wegtrekken van haar schoot? Welke beproeving kan ons overwinnen, terwijl wij vertrouwen op de Moeder van God en van ons? Wij zullen trouwens niet de eersten zijn die deze weldaad verkrijgen. Velen zijn ons voorafgegaan, velen hebben reeds tot de buitengewone en echt moederlijke bescherming van Maria hun toevlucht genomen; en niemand is beschaamd en verdrietig weggegaan, maar allen opgewekt en blij, verzekerd van de machtige bescherming van die Moeder.

Want omdat ze op haar vertrouwen, van wie geschreven staat: Zij zal u de kop verpletteren, weten zij dat ook zij moedig op slang en adder zullen treden, en vertreden zullen leeuw en draak. Immers, het lijkt een onmogelijkheid dat iemand verloren gaat, over wie door Christus tot de H. Maagd is gezegd: Ziedaar uw zoon, indien tenminste ook hij niet doof is voor wat Christus tot hem zegt: Ziedaar uw Moeder. (Romeins Brevier)

Het Onbevlekt Hart van Maria

Liturgisch ontstaan en ontwikkeling

De liturgische verering van het Hart van Maria is in het bijzonder verbonden met de H. Johannes Eudes. Zijn grote liefde en verering voor de Moeder Gods richtten zich op bijzondere wijze op haar allerheiligst Hart. In de bul van zijn heiligverklaring wordt gezegd dat zijn ijver vooral uitblonk in het bevorderen van de verering van de Harten van Jezus en Maria en dat hij als eerste het plan opvatte hun een eigen liturgische eredienst te doen bewijzen. Daartoe stelde hij een Mis en een Officie samen ter ere van het heilig Hart van de Moeder Gods. Tijdens een missie te Autun werden deze teksten voorgelegd aan Claude de la Madeleine de Ragny, bisschop van Autun. Op 20 januari 1648 gaf deze zijn goedkeuring en spoorde hij geestelijken en religieuzen van zijn bisdom aan ervan gebruik te maken om de eer en verering te bewijzen die verschuldigd zijn aan twee zo heilige en eerbiedwaardige zaken als het zeer goddelijke Hart en de zeer gezegende Naam van de Moeder Gods, waarvan in het heilig Evangelie zo eervol melding wordt gemaakt, en om hun gedachtenis en feest op de genoemde dagen te vieren. Op 8 februari 1648 werd daarop in de kathedraal van Autun plechtig de Mis van het Hart van Maria gevierd. De verering bleef niet tot Autun beperkt. De door Johannes Eudes samengestelde Mis en het Officie werden ook elders met toestemming van de bisschoppen aangenomen en gevierd.

Onder Pius VI werd in 1799 een beperkte toestemming gegeven voor het bisdom Palermo. Pius VII stond in 1805 toe dat bisdommen en religieuze instituten die daarom verzochten het feest van het Allerzuiverste Hart van Maria vierden. In 1855 werd onder Pius IX een eigen Mis en Officie goedgekeurd. Het feest werd toen reeds in verschillende bisdommen en religieuze orden gevierd, maar was nog geen feest van de gehele Kerk. In 1917 kreeg de verering van het Onbevlekt Hart van Maria door de verschijningen te Fatima een nieuwe verbreiding. Op 13 juni sprak Onze Lieve Vrouw tot Lucia: Jezus wil Zich van jou bedienen om Mij te doen kennen en beminnen. Hij wil in de wereld de devotie tot mijn Onbevlekt Hart vestigen. En verder: Mijn Onbevlekt Hart zal je toevlucht zijn en de weg die je tot God zal leiden. Op 13 juli sprak Onze Lieve Vrouw opnieuw over haar Onbevlekt Hart: Om hen te redden wil God in de wereld de devotie tot mijn Onbevlekt Hart vestigen. Zij kondigde tevens aan dat zij zou komen vragen om de toewijding van Rusland aan haar Onbevlekt Hart en om de communie van eerherstel op de eerste zaterdagen. Ten slotte zal mijn Onbevlekt Hart zegevieren.

Vijfentwintig jaar later, op 31 oktober 1942, wijdde paus Pius XII de Kerk en het gehele mensengeslacht toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Hij sprak: Aan U en aan uw Onbevlekt Hart vertrouwen wij ons toe en wijden wij ons toe, in dit tragische uur van de menselijke geschiedenis. Aan het einde van deze toewijding verbond Pius XII haar uitdrukkelijk met de eerdere toewijding van het mensengeslacht aan het H. Hart van Jezus: Zoals de Kerk en het gehele menselijk geslacht aan het Hart van uw Jezus werden toegewijd, zo wijden ook wij ons voor altijd toe aan U en aan uw Onbevlekt Hart, o onze Moeder en Koningin der wereld. Op 8 december 1942 hernieuwde hij de toewijding te Rome. Twee jaar later breidde Pius XII het reeds bestaande feest uit tot de gehele Kerk. Het decreet van 4 mei 1944 verklaart uitdrukkelijk waarom: Opdat de herinnering aan deze toewijding bewaard zou blijven, bepaalde de paus dat het feest van het Onbevlekt Hart van de H. Maagd Maria voortaan jaarlijks op 22 augustus zou worden gevierd, op de plaats van de octaafdag van Maria Tenhemelopneming. Door deze instelling werd de voorspraak van de Moeder Gods afgesmeekt opdat aan alle volkeren vrede en aan de Kerk van Christus vrijheid zou worden geschonken, de zondaars van hun schuld zouden worden bevrijd en alle gelovigen bevestigd zouden worden in de liefde tot de zuiverheid en in de beoefening van de deugden.

De verering van het Hart van Maria

Het Onbevlekt Hart van Maria

De H. Johannes Eudes, die als eerste een eigen Mis en Officie voor het Hart van Maria samenstelde, verklaart in zijn grote werk Le Cœur admirable de la très sacrée Mère de Dieu wat het voorwerp van deze verering is.

Wat is het voorwerp van dit feest? Het is het Hart van de enige en welbeminde Dochter van de eeuwige Vader. Het is het Hart van de Moeder van God. Het is het Hart van de Bruid van de Heilige Geest. Het is het Hart van de zeer goede Moeder van alle gelovigen. Het is een Hart geheel ontvlamd van liefde tot God en geheel brandend van liefde voor ons.

Het is geheel liefde tot God, want het heeft nooit iets anders liefgehad dan God alleen en wat God wilde dat het in Hem en om Hem zou liefhebben. Het is geheel liefde voor ons. Zij heeft ons lief met dezelfde liefde waarmee zij God liefheeft, want het is God die zij in ons aanschouwt en liefheeft.

Zij heeft ons lief met dezelfde liefde waarmee zij de Mens-God liefheeft, die haar Zoon Jezus is. Want zij weet dat Hij ons Hoofd is en wij Zijn ledematen, en dat wij daarom slechts één met Hem zijn, zoals de ledematen één zijn met hun hoofd. Daarom beschouwt zij ons en heeft zij ons lief als haar kinderen en als de ledematen van haar goddelijke Zoon.

Overweging naar Nicolaas Cabasilas

De heilige Moeder Gods was niet slechts een werktuig in de handen van de Schepper. Zelf heeft zij de Heer van het heelal op aarde doen neerdalen. Zij heeft dit verdiend door een ongerept leven, door haar heiligheid, haar verzaking aan alle kwaad, haar beoefening van alle deugden, door haar ziel, die zuiverder was dan het licht, door haar van de geest geleid lichaam, dat stralender was dan de zon, reiner dan de hemel en heiliger dan de tronen der cherubim, door haar hart, dat geheel gegrepen was door een liefde tot God welke alle andere verlangens in zich opnam en omvormde. Door zo haar lichaam en ziel dienstbaar te maken, heeft zij een schoonheid verworven, die de blik van God tot haar trok en die met haar luister de menselijke natuur heeft verrijkt. Als de alheilige Maagd zich niet daarop met lichaam en hart had voorbereid, zou God de mens niet met welgevallen hebben beschouwd en evenmin tot hem zijn afgedaald. Als de Maagd niet had geloofd en toegestemd, zou de wil van God zich niet in ons hebben kunnen vervullen. Op de aarde moesten een ziel en een lichaam gereed zijn om Hem te ontvangen, om zijn komst voor te bereiden en de mens door zichzelf tot de hergeboorte van het heil te brengen. Aldus heeft de Onbevlekte ingestemd met het door God afgekondigde werk der verlossing en het bekrachtigd. Aldus was de menswording van het Woord niet alleen het werk van de kracht van de Vader en van zijn Geest, maar ook van de wil en het geloof van een Maagd. Het meest bewonderenswaardig is wel dat de Maagd op zo groot een mysterie, haar van tevoren geheel onbekend, volkomen was voorbereid en dat zij, in de rust van haar ziel en de zuiverheid van haar hart welke daarmee in overeenstemming waren, de onverwachte komst van God heeft ontvangen.

Zie de dienstmaagd des Heren. Deze woorden veranderen de aarde in een hemel, maken het paradijs voor de mensen opnieuw toegankelijk, verenigen hemel en aarde tot één enkel koor rond Hem die beide gelijkelijk toebehoort. Want uit de hemel is Hij op aarde neergedaald en, hoewel bewoner van de hemel, is Hij bewoner van de aarde geworden.

(Nicolaas Cabasilas, uit C.A. Bouman, Groot Gebedenboek, 1951)

Standbeeld van paus Pius XII in Fatima
Standbeeld van paus Pius XII in Fatima. Op 31 oktober 1942 wijdde hij de Kerk en het gehele menselijk geslacht toe aan het Onbevlekt Hart van Maria.

Gebed voor de toewijding van de Kerk en het menselijk geslacht aan het Onbevlekt Hart van Maria

Op 31 oktober 1942 wijdde paus Pius XII de Kerk en het gehele menselijk geslacht toe aan het Onbevlekt Hart van Maria.

Allerheiligste Rozenkranskoningin, Hulp van de christenen, Toevlucht van het menselijk geslacht, Overwinnares in alle veldslagen van God, smekend werpen wij ons neer voor uw troon, zeker dat wij barmhartigheid zullen verkrijgen en genaden, tijdige hulp en bescherming zullen ontvangen in de tegenwoordige rampen, niet om onze verdiensten, waarop wij niet vertrouwen, maar alleen om de onmetelijke goedheid van uw moederlijk Hart.

Aan U, aan uw Onbevlekt Hart, vertrouwen wij ons toe en wijden wij ons toe in dit tragische uur van de menselijke geschiedenis, niet alleen in vereniging met de heilige Kerk, het Mystieke Lichaam van uw Jezus, die in zoveel delen lijdt en bloedt en op zoveel wijzen wordt beproefd, maar ook met de gehele wereld, verscheurd door hevige tweedracht, verschroeid door een brand van haat en slachtoffer van haar eigen ongerechtigheid.

Mogen zoveel stoffelijke en zedelijke verwoestingen U bewegen, zoveel smarten en angsten van vaders en moeders, echtgenoten, broeders, onschuldige kinderen, zoveel levens in de bloei der jaren afgesneden, zoveel lichamen verscheurd in de afschuwelijke slachting, zoveel gefolterde en stervende zielen, zoveel zielen die in gevaar verkeren voor eeuwig verloren te gaan.

Gij, o Moeder van barmhartigheid, verkrijg voor ons van God de vrede, en bovenal die genaden welke in één ogenblik de menselijke harten kunnen bekeren, die genaden welke de vrede voorbereiden, tot stand brengen en verzekeren. Koningin van de vrede, bid voor ons en schenk aan de wereld in oorlog de vrede waarnaar de volkeren verlangen, de vrede in de waarheid, in de gerechtigheid en in de liefde van Christus. Schenk haar de vrede der wapenen en de vrede der zielen, opdat in de rust van de orde het Rijk Gods zich moge uitbreiden.

Schenk uw bescherming aan de ongelovigen en aan allen die nog in de schaduwen van de dood verkeren. Geef hun vrede en laat voor hen de Zon der waarheid opgaan, opdat zij samen met ons voor de enige Zaligmaker van de wereld mogen herhalen: Glorie aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen van goede wil.

Schenk vrede aan de volkeren die door dwaling of tweedracht van elkander gescheiden zijn, en in het bijzonder aan hen die U een bijzondere verering toedragen en bij wie geen huis was waarin uw eerbiedwaardige beeltenis niet in ere werd gehouden, hoewel zij thans misschien verborgen en voor betere dagen bewaard wordt. Breng hen terug tot de ene schaapstal van Christus onder de ene en ware Herder.

Verkrijg vrede en volledige vrijheid voor de heilige Kerk van God. Houd de zich uitbreidende vloed van het nieuwe heidendom tegen. Wek in de gelovigen liefde tot de zuiverheid, de beoefening van het christelijk leven en apostolische ijver, opdat het volk van hen die God dienen moge toenemen in verdiensten en in getal.

Zoals de Kerk en het gehele menselijk geslacht aan het Hart van uw Jezus werden toegewijd, opdat Hij, op Wie alle hoop werd gesteld, voor hen teken en onderpand van overwinning en heil zou zijn, zo wijden ook wij ons voor altijd toe aan U, aan uw Onbevlekt Hart, o onze Moeder en Koningin van de wereld, opdat uw liefde en bescherming de overwinning van het Rijk Gods mogen bespoedigen en alle volkeren, met elkaar en met God verzoend, U zalig mogen prijzen en met U van het ene einde der aarde tot het andere het eeuwige Magnificat mogen aanheffen van heerlijkheid, liefde en dankbaarheid aan het Hart van Jezus, waarin alleen zij de Waarheid, het Leven en de Vrede kunnen vinden.

Pius XII, 31 oktober 1942