H. Bonaventura, kerkleraar

14 juli — H. Bonaventura, bisschop, belijder en kerkleraar † 1274

De heilige Bonaventura werd in 1221 geboren te Bagnoregio in Italië. Als kind werd hij op voorspraak van de heilige Franciscus wonderbaarlijk van een ernstige ziekte genezen. Op jeugdige leeftijd trad hij in de Orde der Minderbroeders en werd naar Parijs gezonden, waar hij uitblonk in godgeleerdheid en heiligheid. Op vijfendertigjarige leeftijd werd hij algemeen overste van zijn Orde. Hij bestuurde haar achttien jaar en werd als een tweede stichter vereerd.

Hij schreef vele theologische en geestelijke werken, bevorderde de verering van de allerheiligste Maagd en stelde het leven van de heilige Franciscus te boek. Paus Gregorius X benoemde hem tot bisschop van Albano en kardinaal. Tijdens het Tweede Concilie van Lyon was hij een van de voornaamste raadgevers van paus Gregorius X. Nog vóór het einde van het concilie werd hij ziek en overleed hij te Lyon op 15 juli 1274. Paus Sixtus IV verklaarde hem in 1482 heilig en paus Sixtus V verhief hem in 1588 tot kerkleraar. Sindsdien wordt hij vereerd als de Serafijnse Kerkleraar.

Gebed van de H. Bonaventura na de heilige Mis.

De heilige Bonaventura en de heilige Thomas van Aquino
De heilige Bonaventura en de heilige Thomas van Aquino, de twee grote kerkleraren van de dertiende eeuw. Bonaventura wordt vereerd als de Doctor Seraphicus, de Serafijnse Kerkleraar, Thomas als de Doctor Angelicus, de Engelachtige Kerkleraar. De eerste wordt vooral geroemd om zijn mystieke beschouwing van God, de tweede om de heldere ontvouwing van de katholieke leer. Beiden doceerden aan de Universiteit van Parijs en waren verbonden door grote wederzijdse achting. Volgens de overlevering sprak Thomas, toen hij Bonaventura bezig zag met het schrijven van het leven van de heilige Franciscus: Laat ons de ene heilige voor de andere laten werken. Schilderij van Luis de Carvajal, ca. 1530–1607.

Het leven van de H. Bonaventura

De serafijnse kerkleraar, de heilige Bonaventura, werd in 1221 geboren te Bagnoregio in Toscane. Zijn ouders behoorden tot de aanzienlijke stand en onderscheidden zich niet alleen door hun afkomst en rijkdom, maar nog meer door hun godsvrucht en deugdzaamheid. Toen Bonaventura nauwelijks vier jaar oud was, werd hij zo ernstig ziek dat de artsen alle hoop op zijn herstel verloren. Zijn moeder nam haar toevlucht tot de heilige Franciscus van Assisi, die toen nog in leven was, en smeekte hem door zijn gebeden het leven van haar zoon van God te verkrijgen. Zij beloofde het kind geheel aan Gods dienst toe te wijden en hem, zodra de tijd gekomen was, op te dragen aan de Orde die de heilige Franciscus had gesticht. De heilige bad voor het zieke kind en de ziekte week. Bij deze wonderbare genezing riep Franciscus uit: O buona ventura, o gelukkig lot. Sindsdien noemde men het kind Bonaventura, hoewel het bij het heilig Doopsel de naam Johannes had ontvangen.

De heilige Bonaventura ontvangt het habijt van de heilige Franciscus
De jonge Bonaventura ontvangt het habijt uit handen van de heilige Franciscus van Assisi.

Zodra Bonaventura de leeftijd bereikte waarop het verstand ontwaakt, vernam hij de gelofte die zijn moeder voor hem had afgelegd. Met vreugde trad hij in de Orde der Minderbroeders van de heilige Franciscus. Na zijn noviciaat werd hij naar Parijs gezonden om zich aan de studie te wijden. Hij maakte niet alleen grote vorderingen in de wetenschap, maar nog meer in de deugd. Hij blonk uit door diepe nederigheid, voortdurende versterving, volmaakte gehoorzaamheid, vurige liefde tot de gekruisigde Heiland en bijzondere godsvrucht tot het Allerheiligst Sacrament.

Dagelijks overwoog hij het lijden en sterven van Christus en bracht hij zoveel mogelijk tijd door in gebed voor het Allerheiligste. Zelden ontving hij de heilige Communie, en vooral wanneer hij zelf het heilig Misoffer opdroeg, zonder overvloedige tranen te storten. De onschuld van zijn leven bleef ongeschonden bewaard. Zijn beroemde leermeester, Alexander van Hales, placht te zeggen dat het hem voorkwam alsof zijn leerling zelfs niet in Adam gezondigd had, zo streng beheerste hij zijn neigingen en zo groot waren zijn deugd en godsvrucht.

De heilige Bonaventura ontvangt de heilige Communie uit handen van een engel
De heilige Bonaventura ontvangt de heilige Communie uit handen van een engel. Francisco Herrera de Oude (1590–1654).

Nog vóór hij dertig jaar oud was, stelden zijn oversten hem aan als leraar in de godgeleerdheid aan de Universiteit van Parijs. Hij vervulde deze taak met buitengewoon groot succes. Daar ontvingen hij en de heilige Thomas van Aquino de titel van doctor, de hoogste waardigheid die aan godgeleerden werd verleend. Op vijfendertigjarige leeftijd werd Bonaventura gekozen tot algemeen overste van de gehele serafijnse Orde, de Orde der Minderbroeders van de heilige Franciscus. Zijn verkiezing werd bevestigd door paus Alexander, die de vergadering had voorgezeten. Nadat hij zijn nieuwe ambt had aanvaard, beijverde hij zich evenzeer voor het bewaren van de regel van de heilige stichter als hij zich tevoren had ingespannen om deze waardigheid af te wijzen. Hij stelde zeer heilzame bepalingen vast en leidde allen die aan zijn zorg waren toevertrouwd door woord en voorbeeld tot grote heiligheid. Achttien jaar lang bestuurde hij de Orde met zoveel wijsheid, zachtmoedigheid en standvastigheid, dat hij door allen werd bemind en hooggeacht en als de tweede stichter van de Orde werd vereerd.

Hoewel hij voortdurend met gewichtige werkzaamheden belast was, verwaarloosde hij nooit zijn oefeningen van godsvrucht of zijn studie. Van deze heilige zijn vele godgeleerde werken van grote geleerdheid bewaard gebleven. Onder meer schreef hij ter weerlegging van hen die de bedelorden belasterden een werk onder de titel De verdediging van de armen, waarin hij zowel de tijdelijke als de geestelijke weldaden van zulke orden aantoonde. Ook schreef hij verscheidene zeer geleerde en welsprekende werken ter ere van de allerheiligste Maagd. Haar verering wilde hij naar vermogen bevorderen, want reeds van zijn kinderjaren af had hij haar met grote godsvrucht vereerd. Eveneens bezitten wij van zijn hand het leven van de heilige Franciscus.

Toen de heilige Thomas van Aquino vernam dat Bonaventura bezig was met het schrijven van het leven van de heilige Franciscus, wilde hij hem niet storen en sprak: Laat ons de ene heilige voor de andere laten werken.

De heilige Thomas had zo grote achting voor Bonaventura dat hij niet aarzelde hem reeds tijdens zijn leven een heilige te noemen. Hij verwonderde zich erover dat Bonaventura ondanks zijn vele ambtelijke bezigheden toch tijd vond om zoveel werken van diepe geleerdheid te schrijven. Op zekere dag vroeg hij hem waar zijn bibliotheek was. Bonaventura wees naar een kruisbeeld en antwoordde: Dit is de bibliotheek waarin ik alles vind wat ik anderen leer. Voordat hij met zijn studie begon, of wanneer hij tijdens zijn arbeid door twijfel of moeilijkheid werd opgehouden, knielde hij voor het kruisbeeld neer en bad nederig om goddelijke bijstand. Meer dan eens verklaarde hij dat hij op deze wijze meer kennis en wijsheid had verkregen dan door al zijn eigen inspanningen. In alle plaatsen die hij bij de uitoefening van zijn ambt bezocht, predikte hij in het openbaar. Hij spoorde de zondaars aan tot boete en de godvruchtigen tot volharding in goede werken. Daardoor bracht hij zelfs de meest verstokte zondaars op opmerkelijke wijze tot bekering.

De roem van zijn grote geleerdheid en heiligheid verbreidde zich door het gehele land en was hem bij zijn apostolische arbeid van grote dienst. Daarom ontving hij de erenaam van Serafijnse Kerkleraar, waaronder hij tot op de dag van vandaag bekend is. Paus Clemens IV wilde zijn vele verdiensten voor de Kerk belonen met het aartsbisdom York. De heilige wierp zich echter aan de voeten van de paus en smeekte zo dringend van deze waardigheid verschoond te blijven, dat de Heilige Vader aan zijn verzoek gehoor gaf. Na de dood van deze paus kwamen de kardinalen te Viterbo bijeen om een nieuwe opperherder van de Kerk te kiezen. Omdat zij het niet eens konden worden, besloten zij de beslissing aan Bonaventura over te laten en beloofden zij als paus te aanvaarden wie hij waardig zou achten voor de hoogste waardigheid op aarde. Nadat Bonaventura God om verlichting had gesmeekt, verklaarde hij dat naar zijn oordeel Theobald, aartsdiaken van Luik, hoewel hij niet aanwezig was, het meest waardig was om de pauselijke troon te bestijgen. De kardinalen volgden zijn oordeel en Theobald werd tot paus gekozen. Hij nam de naam Gregorius X aan.

Deze paus zond vervolgens de kardinaalshoed en de tekenen van deze waardigheid aan Bonaventura, benoemde hem tevens tot bisschop van Albano en droeg hem uitdrukkelijk op dit ambt zonder tegenspraak te aanvaarden. De pauselijke gezanten troffen de heilige aan terwijl hij in de kloosterkeuken de vaat stond af te wassen. Met oprechte verbazing hoorde hij hun boodschap aan. Toen hij inzag dat hem ditmaal geen uitweg meer openstond, onderwierp hij zich gehoorzaam aan de wil van de paus, maar hij maakte eerst zijn eenvoudige werk af. De paus ontbood hem vervolgens naar Rome en nam hem mee naar Lyon, waar een algemeen concilie werd gehouden. Daar gaf Bonaventura opnieuw blijk van zijn grote geleerdheid en van zijn onvermoeide ijver voor het welzijn van de heilige Kerk.

Te midden van deze heilige arbeid behaagde het God Zijn trouwe dienaar tot Zich te roepen. Na een korte ziekte ontving hij in 1274 de eeuwige beloning. Hij was slechts drieënvijftig jaar oud. De paus en alle aanwezige bisschoppen betreurden zijn vroege dood ten zeerste. God verheerlijkte Zijn dienaar spoedig door vele wonderen. Honderdzestig jaar later, toen wegens de bouw van een nieuwe kerk zijn relieken werden opgegraven, bleek dat het lichaam geheel tot stof was vergaan, met uitzondering van het hoofd. Haar, tanden, tong, ogen, oren, lippen en wangen waren nog zo gaaf alsof hij nog leefde. Daarom werd het hoofd in een kostbaar reliekschrijn bewaard en werden de overige relieken in een kist bijgezet. Vele jaren later, toen de hugenoten of calvinisten de stad Lyon in handen kregen, verbrandden zij het lichaam van de heilige in het openbaar en wierpen de as in de rivier. Het heilige hoofd werd echter door de zorg van een priester aan hun vernielzucht onttrokken. Hoewel hij op wrede wijze werd gemarteld om hem de bergplaats van de reliek te doen verraden, verdroeg hij liever de folteringen dan prijs te geven waar deze kostbare schat verborgen was. (Weninger)

Gebed van de heilige Bonaventura, opgenomen in traditionele volksmissalen als dankzegging na de heilige Mis.

Allerzoetste Heer Jezus, doorboor het inwendige en het diepste van mijn ziel met de allerzoetste en allerheilzaamste wonde van uw liefde, met de ware, blijmoedige, apostolische en allerheiligste liefde, opdat mijn ziel immer wegkwijne en wegsmelte in louter liefde en verlangen naar U alleen; opdat zij U begere en hunkerend uitzie naar uw voorhoven, opdat zij wense ontbonden te worden en met U te zijn.

Geef dat mijn ziel hongere naar U, Brood der Engelen, verkwikking van de heilige zielen, Gij, ons dagelijks bovennatuurlijk Brood, dat in zich alle zoetheid en smaak, alle zachtheid en alle lieflijkheid bevat. Mocht mijn hart immer hongeren naar U en zich voeden met U, dien de engelen verlangen te aanschouwen. Mocht mijn ziel tot in haar diepste innerlijkheid vervuld wezen met de zoetheid van uw smaak.

Dat mijn hart steeds dorste naar U, bron van leven, van wijsheid en wetenschap, bron van eeuwig licht, stortvloed van geneugten, overvloed van het huis Gods. Dat het steeds naar U trachte, naar U zoeke, U vinde, naar U streve, tot U kome, aan U denke, over U spreke en alles verrichte tot lof en eer van uw Naam, in nederigheid en bescheidenheid, met liefde en verblijden, met opgeruimdheid en genegenheid, in volharding tot het einde toe.

Wees Gij alleen steeds mijn hoop, mijn algeheel vertrouwen, mijn rijkdom, mijn genoegen, mijn blijdschap, mijn vreugde, mijn rust en kalmte, mijn vrede, mijn zachtheid, mijn geur, mijn zoetheid, mijn voedsel, mijn verkwikking, mijn toevlucht, mijn bijstand, mijn wijsheid, mijn aandeel, mijn bezit, mijn schat, waarin mijn geest en hart voor altijd vast, duurzaam en onwrikbaar geworteld mogen zijn.

Amen.